Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32

ZONDAG XXXVIII. HOOFDSTUK V.

VIJFDE HOOFDSTUK.

En het zal geschieden dat van de eene nieuwe maan tot de andere en van den eenen sabbath tot den anderen, alle vleesch komen zal om aan te bidden voor mijn aangeziehte, zegt de Heere.

JES. 66 : 23.

In ons slothoofdstuk op het vierde Gebod bespreken we datgene, wat de Catechismus het eerst noemt, t. w. dat de kerkedienst en de scholen moeten onderhouden worden. Hoe deze verplichting met de letter van het vierde Gebod saamhangt, bleek ons reeds. Het vierde Gebod wil dat uw leven naar den regel van Gods leven zal gaan. God rustte na den arbeid, zoo moet er dus ook voor u ruste na den arbeid wezen. Deze ruste Gods is geen niets doen, maar een eeuwig bezig zijn in de verheerlijking van zijn Naam; ook voor u moet dus de eeuwige Sabbath reeds in dit leven een begin erlangen. En opdat nu dit hemelsche leven zich niet in nevelen verlieze, maar een tastbare gestalte voor u aanneme, moet reeds hier op aarde in de kerk van Christus een levenskring openbaar worden, die geheel van hemelschen oorsprong is.

Diegenen onder onze broeders en zusters, die min of meer tot het mystieke neigen, mogen deze onderwijzing wel zeer ernstig ter harte nemen. Veelal toch stuit men juist bij deze mystiek gestemde Christenen op zekere onverschilligheid jegens de uitwendige kerk. Dat zijn alles voor hen maar vormen en uitwendige gestalten, die tot de zaligheid niets afdoen. En zoo richt zich dan al het begeeren hunner ziel enkel op het innerlijk goed en op een gevoelige gemeenschap met het Eeuwige Wezen. Of de kerk waartoe ze behooren, diep bedorven is, deert hen dan ook niet. Ze wilden het wel anders, maar nu het eenmaal zoo is, zullen zij geen hand uitsteken, om hun kerk tot reformatie te brengen. Desnoods alleen met een boekske in een hoekske, heeft hun ziel lief, en in die liefde genieten ze.

Nu ligt er natuurlijk in deze warmte van het mystieke leven iets, dat u weldadig aandoet, en een godsvrucht, die aan deze heilige mystiek gespeend is, verdort of versteent. Alle religie is nu eenmaal mystiek in den wortel, hoe er vooral geloofsmoed, hoe er geloofskracht en geloofsvreugde kan wezen zonder mystieke vereeniging van de ziel met Jezus, verstaan we niet. Niemand komt tot den Vader dan door Hem; en hoe wilt ge dan de gemeenschap met het Eeuwige Wezen gevoelig aan uw ziel smaken, zoo er geen mystieke liefde voor Jezus in uw ziel brandt? Maar zoo

Sluiten