Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZONDAG XLIV&. HOOFDSTUK IV.

307

zijn Wet in hun hart schrijven zou," maar dan is dit bedoeld in zuiveren èn volkomen zin; terwijl bij de Heidenen ook nog wel iets van Gods Wet op de tafel van hun hart staat te lezen, maar evenals gevlekt schrift, waarvan ge hier en daar nog hoogstens enkele regels ontcijferen kunt. Nu is de Wet van Sinaï geen andere Wet dan die oorspronkelijk den mensch in zijn hart ingeprente Wet Gods, maar dezelfde; alleen met dit verschil: 1°. dat ze nu uitwendig voor hem trad; 2<>. dat ze op een bepaald volk, t. w. op Israël, was toegepast; en 3<>. dat ze, niet als eertijds positief, maar verbiedender wijze sprak: „Gij zult niet doodslaan. Gij zult niet stelen" enz. Doch overigens is en blijft Gods wil en wet één. Het zijn altoos zijn inzettingen, die Hij van eeuwigheid gegrond heeft. Predikt nu de Overheid en de publieke opinie deze wet, dan zal dit zeer onzuiver geschieden. Ook kan het voorkomen, dat óf Overheid óf publieke opinie, d. i. wat Paulus noemt „hun gedachten onder elkander hen beschuldigende of ook verontschuldigende", iets als Wet predikt en oplegt, wat tegen Gods ordinantiën indruischt; maar Gods bestel heeft toch gemaakt dat bij bijna alle volken nog steeds enkele trekken van zijn Wet zichtbaar zijn gebleven. Dit is deels nawerking van de traditie uit het paradijs; deel vrucht van wetgevers, gelijk Solon, die God aan de volkeren geschonken heeft; deels ook gevolg van den invloed, dien de roeping van Mozes en de naam van Salomo, uit Israël, onder de volkeren heeft laten uitgaan. Bovendien is in wat men noemt het Romeinsche recht, dank zij het optreden van keizer Constantijn en zijn opvolgers, voor een niet gering deel allerlei jujster inzicht in de Wet uit de prediking der Christelijke Kerk overgegaan. Doch op wat wijs en in wat vorm deze gemeene genade ook gewerkt heeft, doel en uitkomst er van was, dat ook nu nog de Wet Gods, op sterkere of op zwakkere wijze, door middel der Overheid en der publieke opinie, de volken in den toom houdt, de uitbarsting der zonde beteugelt, en aldus zekere burgerlijke gerechtigheid in het leven roept die wel niets ter zaligheid .uitricht, maar dan toch een menschelijk leven onder menschen mogelijk maakt, en alzoo aan Gods Kerk een plek biedt voor het hol van haar voet.

Met het oog hierop nu heeft ook de prediking van de Wet van Sinaï door en in de Kerk van Christus zeer hooge beteekenis. En dat wel in drieërlei opzicht: jo. Verspreidt deze prediking onder de Christenvolkeren helderder en zuiverder begrippen omtrent Gods Wet; veredelt daardoor de publieke opinie; oefent invloed op de wetgeving der Overheid uit; en brengt aldus teweeg, dat ook in het burgerlijke de Christenvolkeren den teugel van Gods Wet beter aanleggen. In de 2e plaats oefenen deze Chriete-i lijke volken weer een ongemeenen invloed uit op de niet-Christelijke natiën.

Sluiten