Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ZAAK- EN NAAM-REGISTER.

605

GODMENSCHELIjK; I 373; Ethischen en -; I, 382 v.j Lutheranen, Monophysieten en —; I, 152; Vermittelungstheologen en —; I, 370. Zie Natuur.

GoDnSDIENST; e" g°dsdiensten: "I. 514 v.; eigenwillige —; III, 283 v 568 v • IV rZv°™ dCr Talsche ~en; ï m- Zie Godskennis, Pantheïsme. ' " ' GODSKENNIS; van Jezus; I, 372 v.; oorspronkelijke en herstelde — • I 372- — vloeit voort uit de schepping naar Gods beeld; III, 594; de natuurlijke — én dé afgoden-

I T57: II Sa^lT iS' H13' i%£ natUUrlijke - en de valsche godsdieSnsteü; 1, 157, III, 509, 513, 517; de natuurlijke — en het vloeken; III, 589; de natuurlijke

— is geen religie; III, 514; verband tusschen — en geloof; III, 593 v. Zie Afgoderü nr*H~7 'S i?*, "wetenIschaP van God"; I. 178; geen „leer aangaande God"' (Vermittelungstheologen; Rationalisten); I, 146. Zie Adam, God, Kennis van God Wedergeborene.

G?rE^K WER,KEN; drfe maal behandeld in den Catechismus, Zond. 24, 32 en 33-

II 355 vv.; III, 386; Gereformeerde leer over de — is niet antinomiaansch; II, 363! ïlllï- ^ het werkverbond; III, 368; de - hebben geene zaligmakendé kracht, III, 386; de — Gods werk in ons; II, 349, 352; III, 350 w • — doen is het dooden van den ouden en het opstaan van den nieuwen mensch- III 450-

— moeten conform de Wet zijn; III, 452; onwaardigheid onzer —• III 389 v' 449:

— en Vr. 114; IV, 291 v.; — en geloof; III, 388 v.; prediking door —; III 391 v : vergelding der —; II, 377 w. '

Antinomianen en de —; II, 363; III, 376 v.; Arminianen en de — I 406Ethischen en de -; III 334 w., 376; Kohlbrugge en de -; III, 339; Pelagianen n o?,~A ' w-; Perfectionisten en de -; IV, 293; Rome en de -; I, 4Ó6: U> 3lC,°n?he van Trente en de —' H» 357 w.; Voetius en de —; III, 387 w Zie Geloofsverzekering, Heiligmaking, Wil Gods. GOËL; zie Borg. GOLGOTHA; I, 447 v. GOMARUS (F.); zie Doop.

GRAF; het — is een voorportaal der hel; I, 450 v.; het — is een mysterie; I 450 v ■ het — en Christus; I, 439 w.; — en hel in de Schrift; II, 244 w • Calvinistische eenvoud bij het -; II, 209; „Hier rust"; II, 209. ^aiyinisrische

GRATIE GODS; bij de —, geen droit divin; IV, 67 v

GRATIE (GEMEENE); tempert den vloek der zonde; I, 421; - en de werking des doods; II 203 v.; — en de strijd tusschen God en Satan; IV, 21 w — en de moord; IV, 100 w.; de - eindigt met den dood; II, 187; de - en Antwoord 37

iT™ 7 a ST'J1 ,397; .e - en wetkennis; IV, 306 v.; de - en de wetten; IV, 307. Zie Rechtsbedeelmg, Rechtsordening. GRIEKEN; zie Noodlot.

§ROEEKSSEVANGER? S°Sff Beadeadtaui' D°°P> Wet der Tie»

GRONDBEZIT; IV, 207'w

GRONINGSCHE RICHTING; IV, 462

GROSZGEBAUER; zie Tucht.

GUNNING (J. H.); zie Ethischen, Heiligmaking

H.

HAAT; I, 34.

HAND; zie Hoofd, Rechterhand.

HANDEL; en eerlijkheid; II, 44; IV, 214 v 244

HART; zie Hoofd.

Sluiten