Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

252

veluwe en veluwezoom (1604).

Als ouders een kind uitgehuwelijkt hebben en een uitboedeling mee gegeven hebben en één van de ouders sterft, dan moet de helft der uitboedeling worden ingebracht ten bate der broers en zusters. 180. 8. Als vader vnd moeder, sittende in vollen ehebedde, eenich kindt uytgehyJickt vnd syn hylicxgoedt met gegeven hebben vnd volgens een van hun beyden af-lijvich wort, soo moet het kindt, dat sulcken goedt ontfangen heeft, indien het den overleden wil succedieren, inbrengen de gerechte helfte vant gene dat hy alsoo tot hylicxstuer gekregen heeft, vnd sulcks tot profijt der sempthcke broeders vnd susters, vnd niet van den lestlevenden.

Cap. XXXIII. Van erf huisrecht. Binnen jaar en dag na het overlijden der erflaters, moet men als erfgenaam inleiding in 't erfhuis vorderen, ter plaatse van het erfhuis, als er n.1. verzet tegen is dat men zich laat inleiden.

191. 1. Een binnen-jaers versterff und alle, in maten vóór verhaelt, aengeerfde gueder, sal men metten erfhuys-recht, by aldien dat yemanden daerin contradictie off oppositie ghedaen worde, ter plaetsen, daer het erfhuys ghevaUen is, vorderen. Und gheschiede de vorderungh niet binnen jaer vnd dach na het overlijden van den afghestorvenen, te weten binnen een jaer, ses weken vnd drie daghen, sal de eyscher van het erfhuysrecht versteken zijn, voorbehalden nochtans hem syne actie ter plaetsen daer de sterf-guider gelegen zijn, na landtrecht, vnd sunst na aerdt vnd natuere derselver guider. Het erfhuisproces is een possessoir en summier proces en mag dus niet over het recht op de erfenis zelf hopen.

191. 18. Vnd alsoo het erffhuys-recht verstaen wordt summier vnd possessoir te wesen, sal diegenighe, die uyt kracht van testament, gift of dergelicken tytel sich tot des erffhuyses guideren berechtiget te wesen aenmaten wolde, 't selve met gheboerlick ordentlick landtrecht vnd niet met erffhuys-recht versuicken vnd uytvueren 1).

x) Niet in alle landrechten wordt deze leer verkondigd dat het erfhuisproces (in- en uitleiding) possessoir is. Men mag aannemen dat het dit geworden is nadat de Romeinsch-rechtelijke begrippen omtrent splitsing tusschen eigendom en bezit gemeen goed waren geworden en annaal bezit niet meer gelijk stond met eigendom, maar een vorm van bezit was geworden. Doch in sommige stad- en landrechten is «de inleidingsprocedure als een betreffende den eigendom behandeld.

Sluiten