Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

314

PROVINCIE UTRECHT (1486).

ende erft op den oudtsten, die besitter is des erffpachts. Ende indien hij nyet verbonden is van die grontheer, mach hy den erffpacht vercoopen; ende desgelycx mach men hem den erffpacht affwinnen voor schulden.

Als een recht van erfpacht door den vader is gekocht, moet de oudste zoon, op wien het vererft, „verstoring" (restoir) doen. Bij een volgende vererving vererft het dan zonder restoir. 96, 113. 2. Item erffpacht, welcke die . vader opten oudtsten soen erfft, ist saick, dat syn vader die gecoft heeft ende mit recht verwonnen, soe sal die oudtste soen syn broederen ende susteren dair verstoringe aff doen by den raidt ofte by den gerechte; ende soo wair eens verstoringe aff gedaen is den erffgenamen, en sal men geen verstoringe doen als des soens outste kynt.

„Vorderlijk" goed mag slechts subsidiair worden geëxecuteerd. XIV.

117, 177. 1. Item dat vordell heeft een natuer als leengoet, ende dairaff en betaelt men geen schulden of, allsoo verre als dair alsoe veel ander goet is, dair men die schulden off betalen mach; mair is dair nyt sooveel aen ander goet, soo betaelt heerlick goet meede schulden.

Door in een onverdeelden boedel te blijven zitten gaat 't recht op het z.g. „vorderlijk" goed niet te niet (2). Verbod om van den toekomstigen erfgenaam „vorderlijk" goed te koopen (3). Soorten van voordeel (4). 35. 2. Item all bleef f een twijntich jaeren lang in een boedell 177. sitten, soo wie vordell aen bestorven is, als hij dairwt scheijt, mach hij sijn vordeell neemen, dat hem van der doet aenbestorven is.

177. 3. Item nyemandt en mach vordell coopen nae die doot, dairt hem off aencompt, om dat te hebben.

Utrecht al deze gebruiksrechten op dezelfde wijze vererfden. Wat de uitdrukking heerlijke goederen betreft: het zijn de goederen, die onder een hofheer, een tijnsheer of een leenheer stonden. -In Utrecht waren er dus ook onder begrepen de leenen (anders dan op de Veluwe, zie p. 251). Het woord heerlijkheid in den zin van ambachtsheerlijkheid kwam in Utrecht pas in de 18e eeuw in zwang. Vóór dien tijd sprak men meer van gerecht of justitia. Wèl kwam het woord heerlijkheid reeds voor in de Utrechtsche bronnen uit de latere middeleeuwen, doch dan werd daar bijna altijd uitsluitend mee bedoeld het landsheerlijk gezag van den Bisschop. — Vergelijk voor de Veluwe noot 2 en 3 op p. 251.

Sluiten