Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

GOOILAND (1280); URK (966).

411

• tempore debitis et consuetis. Item excepimus nominatim et 55,104,105,expresse et excipimus in hiis scriptis: vassallos nostros, qui de 107, 108. bonis, jacentibus in Nardinklant, a nobis sunt infeodati, in quibus comes memoratus et sui heredes nichil juris habebunt. 11. Sed illa bona, que Gyselbertus, miles de Amestele, emit seu comparavit a vassallis nostris, jacentia in Nardinklant, de quibus bonis a nobis infeodati fuerunt, quia talis emptio seu ven115. ditio, immo potius alienatio, per manum nostram sive per consensum nostrum nunquam facte fuerunt, contulimus seu concessimus dicto comiti et suis heredibus cum sepe dicta terra de Nardinklant et suis pertinentiis possidenda. (Post alia:) Actum et datum apud Vredelant anno Domini MCCLXXX in die beati Johannis Euangeliste ante portam Latinam.

V. URK.

Van den Bergh, Oorkondenboek van Holland en Zeeland.

I, no. 39. Anno 966. Keizer Otto I schenkt de helft van een eiland, in de Almere gelegen, Urk genaamd, dat zekere graaf Gardolfus destijds toekwam en dat ligt binnen het rechtsgebied van den graaf Ekbertus, aan het klooster S. Pantaleon te Keulen, in volledigen eigendom met al wat er toe hoort: landen, weiden, visscherijen, wateren, wegen, heffingen. Aan de personen, die aldaar vanwege het voormeld klooster wonen, wordt tolvrijdom van alle keizerlijke tollen vergund1).

In nomine sancte et individue Trinitatis. Otto divina favente dementia imperator augustus Romanorum et Francorum. Cum

l) Deze oorkonde bewijst in verband met rechtsverschijnselen in het eiland Urk uit later eeuwen, dat het gevaarlijk is, oude rechtstoestanden te reconstrueeren met behulp van eeuwen jongere oorkonden. Uit het opstel van Mr. D. van Blom, Dorpscommunisme uit geslachtenbezit (Gedenkboek — R. Schuiling, 1924), blijkt dat in de 18e, 19e en 20e eeuw hier mede-eigendom van gronden bestond, terwijl de onderdeden der gemeene gronden nu nog namen van families hebben en in deze onderdeelen het gebmik wisselt onder de medeeigenaren. In de 10e eeuw kan deze toestand misschien op de andere helft van het eiland bestaan hebben, doch blijkens deze oorkonde niet in de hier bedoelde helft. Hier kan collectief of „wandelend") g-e&nMfcrrecht bestaan hebben, naar niet collectieve noch wandelende eigendom. Van Blom heeft voorzichtigheidshalve zich dan ook niet aan retrograde conclusies gewaagd.

Sluiten