Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 113, 114, 115.

78

De voorwaarde is een veroordeeling binnen twee jaren, voorafgaande aan het begaan van het misdrijf, onherroepelijk geworden. Oorspronkelijk stond er: „sedert hij wegens hetzelfde misdrijf onherroepelijk is veroordeeld", doch na de vaststelling van het wetboek heeft de Hooge Raad uitgemaakt, dat naar de beteekenis van deze uitdrukking, die ook voorkwam in artikel 23 der Drankwet, de termijn loopt van den dag der veroordeeling *); hij kan dus somsr verloopen zijn voordat nog de onherroepelijkheid is tot stand gekomen, althans hij wordt belangrijk verkort wanneer een verstekvonnis eerst laat door beteekening ter kennis van den veroordeelde gebracht en ten uitvoer gelegd kan worden.

Toen de noveRe in behandeling kwam, stelde de Commissie van Rapporteurs uit de Tweede Kamer dan ook voor de opneming van een artikel dat te dezen opzichte wijziging bracht; dit werd artikel 1 der wet van 15 Januari 1886, Stbl. 6.

Zie ook aanteekening 10 op artikel 184.

Artikel 114.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 108, 109 en 110 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28 no. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.

Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 111 en 112 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 no. 1—3 vermelde rechten worden uitgesproken.

De tekst van dit artikel zoo als hij thans luidt is vastgesteld bij de wet van 12 Mei 1902, Stbl. 61.

TITEL III.

MISDRIJVEN TEGEN HOOFDEN EN VERTEGENWOORDIGERS VAN BEVRIENDE STATEN.

Vgl. over dezen titel in verband met de uit het volkenrecht voortvloeiende verplichtingen Bles in Tijdschrift voor strafrecht VIII, 291 vlgg.

Artikel 115.

De aanslag op het leven of de vrijheid van . een regeerend vorst of ander hoofd van een bevrienden staat wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.

1) Arrest van 7 Mei 1883, W. 4916.

Sluiten