Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 157.

250

11. Wanneer de daad, ook wat het daarvan te duchten gevaar aangaat, alleen eigen goed des daders betreft, kan er geen misdrijf zijn dan volgens andere wetsbepalingen in die gevallen waarin het vernielen van eigen goed wegens bijzondere omstandigheden (bijv. artikel 328) strafbaar wordt gesteld. Vernielen, beschadigen van eigen goed is op zich zelf niet strafbaar, a fortiori niet in gevaar brengen van eigen goed.

Voor het in brand steken van eigen onroerend goed volgt dit in het bijzonder nog uit artikel 428; het is toch, zoo er geen gemeen gevaar te duchten is, alleen strafbaar wanneer vergunning van den burgemeester ontbreekt. De daad van hem die eenige naast elkander gelegen huizen bezit en een daarvan in brand steekt zóó dat er gevaar bestaat voor de andere, maar niet voor eens anders eigendommen, kan dus geen misdrijf zijn. Immers indien de dader al zijn huizen straffeloos in brand kan steken, moet het hem ook ten aanzien van één geoorloofd wezen, al loopen de anderen er gevaar door.

Oogenschijnhjk het de Minister van justitie zich in anderen zin uit bij de beantwoording van een. vraag in de Tweede Kamer gedaan door den heer Van de Werk. Deze vraag betrof het hier behandelde: of strafbaar is de brandstichting waarbij uitsluitend eigen goed van den dader betrokken is. De Minister gaf nu wel een bevestigend antwoord, maar niet op de vraag zooals zij gedaan was, maar zooals zij door hem begrepen werd. Er was niet gevraagd of „wanneer men van gemeen gevaar voor goederen spreekt, daarbij „ook aan eigen goed te denken is", maar of er gemeen gevaar is wanneer slechts aan eigen goed te denken is. „Wanneer er geen „gemeen gevaar is", zoo ging de Minister voort, „dan heeft men „niet meer te vragen of datgene hetwelk het middel was waardoor „dat gevaar ontstond, eigendom van den dader was of niet".

Doch dit werd geenszins betwijfeld; het geval werd juist gesteld dat het middel en het aan gevaar blootgestelde goed gezamenlijk eigendom van den dader zijn.

Wordt het antwoord van den Minister losgemaakt van de vraag, dan bevat het een juiste beslissing. Dat de daad, geheel aan eigen goed gepleegd, geen misdrijf oplevert hgt toch niet daaraan dat er geen gemeen gevaar zou zijn, maar alleen dat dit gevaar in casu geen strafbaarheid aan het op zich zelf niet strafbare feit geven kan. Wordt in het gevaar nu door eigen en vreemd goed gedeeld, dan is het gemeen gevaar dewijl de reden van straffeloosheid niet bestaat1).

x) Anders Rechtbank Assen 22 Februari 1915, W. 9837, N. J. 1915, 571, die als gemeen gevaar omschrijft gevaar voor goed van meer eigenaren buiten hem die in eigen goed brand sticht, omdat hij dat goed mag verbranden.

Sluiten