Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

273

ARTIKEL 163, 164.

2. Voor toepassing van no. 2 van dit artikel behoeft niet afzonderlijk bewezen te worden dat het verkeer onveilig is geworden; het noodzakelijke verband tusschen de schuld en den dood — deze een gevolg van gene — wijst reeds op het bestaan van onveiligheid, zonder welke de dood als gevolg van hetgeen de schuld uitmaakt niet had kunnen intreden; vgl. aanteekening 1 op artikel 158.

3. Voor „aan schuld te wijten zijn" zie aanteekening 3 op artikel 158, voor de bijkomende straf zie artikel 176.

Artikel 164.

Hij die opzettehjk gevaar veroorzaakt voor het verkeer door mechanische kracht over een spoorweg, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.

Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.

L Toen het wetboek werd ingevoerd bestond er geen aanleiding tot bescherming van ander bijzonder verkeer dan dat door stoomvermogen. Sindsdien zijn andere krachten tot veroorzaken van beweging in gebruik genomen, waarom het woord stoomvermogen is vervangen door mechanische kracht, wet van 19 Mei 1922, Stbl. 313.

2. Dit artikel is in zooverre van de vorige onderscheiden als hier het ontstaan van gevaar niet is het te duchten gevolg van eenige handeling, maar met de handeling één geheel uitmaakt, deze voltooit, en in het opzet van den dader is gelegen.

Onder gevaar voor het verkeer door mechanische kracht moet worden verstaan het gevaar voor de veihgheid van dat verkeer. Gevaar voor het verkeer zou ook kunnen beteekenen gevaar dat het verkeer niet zal kunnen plaats vinden of dat het belemmerd zal worden; zoodanig gevaar zou bijv. kunnen ontstaan uit inbeslagneming van het materieel. Doch dit gevaar is zeker niet bedoeld; de bepaling strekt niet tot verzekering van een geregeld verkeer maar van de veihgheid. Er is hier dus sprake van handelingen die gevaar opleveren voor de veihgheid van al wat met het verkeer in verband staat. Beter is dit uitgedrukt in artikel 166.

3. Het gevaar bestaat zoodra een handeling is gepleegd waarvan een ongeluk te vreezen is; vgl. aanteekening 7 op artikel 157.

Dat de ramp werkelijk plaats vindt is uit den aard der zaak

Sluiten