Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9

artikel 257, 258, 259.

Artikel 257.

Indien een der in de artikelen 255 en 256 omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.

Indien een dezer feiten den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.

1. Zwaar lichamelijk letsel, zie de aanteekeningen op artikel 82.

2. Voor de bijkomende straf zie artikel 260.

Artikel 258.

Indien de schuldige aan het in artikel 256 omschreven misdrijf de vader of de moeder is, kunnen te zijnen aanzien de in de artikelen 256 en 257 bepaalde straffen met een derde worden verhoogd.

1. Vader of moeder; de vader is alleen de wettige vader of die het kind erkend heeft*); moeder is ook de natuurlijke moeder, zie aanteekening 4 op artikel 249.

2. Voor de bijkomende straf zie artikel 260.

Artikel 259.

Indien de moeder, onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare bevalling, haar kind kort na de geboorte te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen, verlaat, wordt het maximum der in de artikelen 256 en 257 vermelde straffen tot de helft verminderd.

1. Dit artikel bevat een wettelijke reden van verschooning d.i. van recht op mindere straf (dat zich in het wetboek met zijn algemeen strafminimura trouwens oplost in vermindering van het toegelaten maximum) en werd als zoodanig door den Minister van justitie

*) Anders Simons, Leerboek II, no. 350, die ook mede wil rekenen den vader tegen wie de actie tot inroeping van staat volgens art. 342 B. W. kan worden ingesteld, niet die tegen wien slechts de „vaderschapsactie" mogelijk is. Neemt men met hom het laatste aan, in wezen op grond van het weinig innige karakter van den hier bestaanden band, dan schijnt het mij consequent voor het eerstbedoelde, trouwens hoogst zeldzame geval gelijk te oordeelen.

Sluiten