Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ARTIKEL 420, 421.

402

volgd worden op klachte van hem tegen wien dat misdrijf gepleegd is.

1. Bij aanteekening 4 en volgende op titel 7 van het Eerste boek (deel I, blz. 400) betoogde ik dat een klacht wegens een misdrijf, dat om zijn aard niet dan op klacht vervolgd kan worden, niet de persoon tegen wie geklaagd wordt behoeft aan te wijzen dan wanneer de klacht gevorderd ia wegens persoonlijke betrekking tusschen klager en verdachte.

De vraag is of de bepaling van artikel 420, dat de uitgever en de drukker aBeen vervolgd kunnen worden op klacht, een uitzondering op dien regel eischt, zoodat de klacht bepaaldelijk tegen hen gericht moet zqn.

Die vraag moet m. i. ontkennend beantwoord worden. Het artikel kan als overtoBig worden beschouwd. De uitgever of drukker wordt vervolgd wegens een klachtdelict waarvoor hij strafbaar is omdat een ander niét vervolgd kan worden; alle bepalingen omtrent klachtdelict gelden dus. ook te zijnen aanzien.

Nu is hier geen sprake van noodzakelijkheid van klacht wegens de betrekkingen tusschen de persoon die zich aan het misdrijf heeft schuldig gemaakt en hem tegen wien het gepleegd ia: de klacht betreft het misdrijf en bepaalt de ontvankelijkheid der vervolging wegens het misdrijf. Dat hier de uitgever en de drukker genoemd zijn kan dus enkel het gevolg zijn van de meening dat bij gebreke van bijzondere bepaling vervolging van het misdrijf niet mogeüjk zou zijn. Van een bedoeling tot het maken van een uitzondering op den algemeenen regel blijkt niet, en de woorden van het artikel, al hadden zij anders kunnen zijn, dwingen geenszins tot het aannemen van die uitzondering1).

2. Over de persoon tegen wie het misdrijf gepleegd is, zie aanteekening 2 op artikel 269.

TITEL XXXI BEPALINGEN OVER HERHALING VAN MISDRIJF AAN VERSCHILLENDE TITELS GEMEEN. Artikel 421.

De in de artikelen 105, 174, 208—212, 216—222bts, 225—229, 310—312, 315, 317, 318, 321—323, 326—332, 341, 343, 344, 346,

*) Het artikel is ook overigens niet fraai geredigeerd; men vraagt zich te vergeefs af hoe de aard van een geschrift een misdrijf kan opleveren.

Sluiten