Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

503

ARTIKEL 4516ÏS.

2U. hij die den inhoud van een zoodanig geschrift in tegenwoordigheid van een minderjarige heneden de achttien jaren ten gehoore brengt.

1. Dit artikel, gewijzigd bij de wet van 18 Juli 1936, Stbl. 203 (zie Bijlagen N.J.B. no. 138) staat nevens artikel 240 en strekt tot bescherming van de jeugd tegen hetgeen geschikt is haar zinnelijkheid (d.i. volgens het op een gestelde vraag uitdrukkelijk gegeven antwoord van den Minister van justitie de sexueele zinnelijkheid) te prikkelen *). Men had bij het oorspronkelijke artikel, het tegenwoordige late Bd onder 1° het oog op hetgeen op plaatsen waarvan men de jeugd niet verwijderd kan houden wordt tentoongesteld, aangeboden of aangeslagen;' vereischte van deze overtreding is dus in de eerste plaats dat het feit gepleegd wordt op of aan plaatsen voor het openbare verkeer bestemd, inzonderheid de openbare straat en voor het pubBek toegankeBjke locaBteiten.

Het artikel zegt: op of aan plaatsen voor openbaar verkeer bestemd, en omvat dus ook hetgeen achter aan den openbaren weg zich bevindende vensters wordt tentoongesteld.

Het is de vraag of hetgeen in een winkel is tentoongesteld, niet zichtbaar van den openbaren weg, door de bepaling getroffen wordt. Winkels worden naar hun aard ook door de jeugd betreden en men kan er haar niet uit verwijderd houden; toch vallen zij niet onder het artikel omdat zij niet voor openbaar verkeer bestemd zijn, al zou men kunnen zeggen dat er wel openlijke tentoonsteBing is.

Omtrent het vereischte van openlijkheid zie aanteekening 9 op artikel 240.

2. Tentoonstellen brengt mede het scheppen van een toestand waarbij een nauwkeurig bezichtigen voor ieder mogelijk wordt gemaakt; daaronder valt niet het vertoonen op straat aan eenige personen *).

3. Het artikel schijnt wat ver te gaan voor zooveel betreft het aanbieden. Al heeft men bepaaldeBjk de jeugd willen beschermen en dus elk tentoonstellen en aanslaan moeten strafbaar stellen, men behoefde in den aangenomen gedachtengang het aanbieden

*) Van Regeeringszijde is bij het tot stand komen der wijzigingswet herhaaldelijk verklaard, dat het hier niet op de eigenaardigheden van een individueele minderjarige aankomt. Een interessante beslissing omtrent wat prikkelend is geeft Rechtbank Amsterdam 30 Jnni 1932, N. J. 1933, 936.

2) Rechtbank Amsterdam 17 October 1922, W. 10954.

Sluiten