Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

94

BURMAN — BURNS

velen staat de gemeentepolitie. Naast deze geheel zelfstandige, preventieve taak, ter voorkoming van strafbare feiten en ter handhaving van de openbare orde, rust op den burgemeester van gemeenten, waar geen commissaris van politie is, ook een repressieve, justitièeie taak. Want hij is dan opsporings-ambtenaar en hulpofficier van justitie; als zoodanig staat hij onder de bevelen van den officier van justitie, en heeft binnen de grenzen van zijn ambtsgebied mede te werken ter ontdekking van gepleegde strafbare feiten en ter opsporing van de daders. [ 47.

Barman. I. Frans Barman, in 1628 te Leiden geboren, stierf te Utrecht den 12den November 1679. Na den dood van zijn vader aan de goede zorgen van Festus Hommius toevertrouwd, studeerde hij te Leiden eerst op het Staten-coliege en daarna aan de Universiteit (24 Januari 1643 werd hij als student ingeschreven). Zijn eerste predikantsplaats was Hanau, maar den 17den September 1661 werd hij subregent van het Leidsche Staten-college, 't geen hij op 12 November 1662 verwisselde met het professoraat te Utrecht. Hij bedong een tractement van f 1500 en hield een inaugureele oratie de doctrina Christiana. Zijn geleerdheid en zijn plichts-getrouwheid zijn te loven. Hij was echter een vereerder van Cartesius en Coccejus; een persona grata kan hij daarom voor Voetius moeilijk geweest zijn. Toch vinden wij geen melding gemaakt van openbare twisten tusschen deze twee geleerden, maar wel van een strijd tusschen Burman en Essenius over den Sabbath. Burman trok steeds een groot getal hoorders, ook uit het Buitenland naar Utrecht. Op 1 Mei 1664 werd hij tevens door den pastor loei Ds Teeckmannus „tot den halven dienst van 't predickampt" in den Dom bevestigd. Ook gaf hij des Zondags den weeskinderen catechetisch onderricht In 1671 werd hij tevens professor in de Kerkgeschiedenis. Hoewel bij eenige malen gepolst werd om Utrecht met Leiden te verwisselen, bezweek hij niet. Zijn traktement werd dan ook tot f 1950 verhoogd.

Burman was gehuwd met Maria Heidanus, een der dochters van den Leidschen Hoogleeraar Heidanus. Een zijner bekendste werken is zijn Synopsis Theologiae, 1671, 2 deelen.

(Zie behalve de in het Biographisch Woordenboek van Protestantsche Godgeleerden in Nederland in voce aangegeven litteratuur oa.: O. J. Loncq CJz, Historische Schets der Utrechtsche School, Utrecht, 1886, register in voce; A. C Duker, Qisbertus Voetius, Leiden, Registers in voce; H. Bavinck, Gereformeerde Dogmatiek', dl II, bl. 238; J. A. Cramer, Abraham Heidanus en zijn Cartesianisme, Utrecht, 1889, register in voce- A. Eekhof, De Theologische Faculteit te Leiden in de 17de eeuw, Utrecht, 1921, bl.405— 407; J. O. Burman Becker, Notices historiques et généaloques sar la familie Burman, Copenhague.)

II Frans Burman, zoon van den voorgaanden, werd den 15den Mei 1671 te Utrecht geboren en overleed aldaar den 22sten September 1719. Op 7 Januari 1688 werd hij te Leiden als student ingeschreven. Zijn educatie was zoo veelzijdig mogelijk. In 1695 werd hij predikant te Koudum,

in 1698 te Brielle, in 1702 ging hij als kapelaan met bet gezantschap naar Engeland, waar hij vele geleerden ontmoette, in 1703 werd hij dienaar des Woords te Nijmegen en in 1705 te Amsterdam. In 1715 werd hij de opvolger van professor Henricus Pontanus aan de Utrechtsche hoogeschool en tevens predikant „op den halven beurte" aldaar. Zijn inaugureele rede had tot onderwerp: Theologus, etc. Ook hij was Coccejaansch en een der beste Bijbel-uitleggers van zijn tijd. In 1718 was hij rector der Universiteit.

(Zie over hem o.a.: A. Drakenborch, Oratio funebrts in obttum F. Burmanni, Traject! a. R., 1719; Q. J. Loncq C.Jz., Historische Schets der Utrechtsche School, Utrecht, 1886, bl. 125 v.).

III. Frans Burman, zoon van den voorgaanden, geboren te Amsterdam den 3den October 1708; overleed te Utrecht den lOden April 1793 aan een langzaam verval van krachten. Den 18den September 1720 werd hij te Leiden als student ingeschreven. In 1732 werd hij predikant te Katwijk, in 1736 te Nijmegen en in 1743 te .Utrecht (zie: B. W. I., Zegenwensch op de beroepinge van Franciscus Barmannus in degemeinte van Utrecht, Utrecht, 1743). Kort daarna werd hij hoogleeraar in de Godgeleerdheid in Utrecht, aanvankelijk op een jaarwedde van f 1900. Zijn inaugureele oratie ging over: de theologtdocentis munere. In het jaar 1746 was hij rector der Universiteit. Zijn rectorale oratie in 1747 had tot onderwerp: de vera rattone cognoscendl et colendi Deum. In 1771 werd hij ook professor in de Kerkgeschiedenis. Om zijn geleerdheid en zijn nimmer verflauwden ijver werd hij door deskundigen ten zeerste geroemd. Ook hij was waarschijnlijk, evenals zijn grootvader en zijn vader, de Coccejaansche richting toegedaan. (Zie o.a.: G. J. Loncq C.Jz., Historische Schets der Utrechtsche School, Utrecht, 1886, bL 200). [ 18.

Burnand (Eugène), schilder, geboren in 1850 te Moudon in 't Zwitsersche kanton Waadt, studeerde eerst te Genève, daarna te Parijs op de Ecole des Beaux-Arts. Eerst hield hij zich aan een realistisch beschouwen van de natuur en behandelde hij onderwerpen, die ontleend waren aan het herdersleven van zijn land. Later ging hij wonen In Languedoc en ging hij'voort met het schilderen van dezelfde landelijke tafereelen, maar eenigszins gewijzigd door de visie, die de nieuwe omgeving er hem op schonk.

Tegen het jaar 1890 had er bij hem een verandering van godsdienstige richting meer in Calvinistischen geest plaats en ging hij zich toeleggen op het behandelen van bijbelsche onderwerpen. Zoo schilderde hij de gelijkenis van den Maaltijd en de ontrouwe gasten, het laatste Avondmaal en andere bijbelsche verhalen. Aangrijpend in blik en gebaar is het schilderij, dat de discipelen Petrus en Johannes voorstelt, zich spoedende naar het graf van hun opgestanen Meester. Dit schilderstuk bevindt zich in het Luxembourg te Parijs. Ook heeft Burnand zich bewogen op het gebied der geschiedenis. [ 33.

Burns (Robert), (Alloway, 1759; f 1796, Dumfries). Burns behoort met Francis Thompson, Poe, Veriaine, Baudelaire en vele anderen tot de vrij groote categorie van waarachtige kunstenaars, wier levenswijze hen stelt buiten de maatschappij

Sluiten