Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— RAPPISTEN

362

RAMUS

van protesteerende kerkvoogdijen waar orthodox en modern vertegenwoordigd zijn. Een proces de Synode aangedaan door de Kerkvoogdij van Ouddorp werd ter eerster instantie door deze gemeente verloren. In December 1930 heeft de Hooge Raad in denzelfden geest beslist. Men weigerde wel niet te betalen, doch vroeg naar het recht der Synode op het plaatselijk goed. De protesteerenden vonden in Prof. van Apeldoorn een bekwaam leidsman, van wiens hand eenige brochures verschenen, terwijl van den anderen kant ook menigmaal een lans voor het reglement werd gebroken. Zoo heeft dit reglement als geen ander de kerk in hevige beroering gebracht, daar velen onder de orthodoxie hierin een vergrijp zien aan het gereformeerd beginsel, dat in het beheer van het plaatselijk goed nog tot uiting kwam. Doch dit gereformeerde beginsel bleek meer theorie dan praktijk te zijn, daar de weigering schier altoos voortspruit uit louter onwilligheid. Deze was in 1927 te constateeren bij 62 Moderne, 20 Ethische, 21 Confessioneele en 42 gereformeerde vacante, en bij respectievelijk 101, 43, 40, 25 bezette gemeenten. Totaal 354 Kerkvoogdijen. De meening onder de gereformeerde groep verbreid, dat de orthodoxen moeten betalen voor de modernen berust op louter fictie. Een nauwkeurig onderzoek (zie het art. Richtingen In de Nederlandsche Hervormde kerk) wees uit dat b.v. in 1927 de modernen f45.688,33 meer te betalen hadden dan hun recht op uitkeering bedroeg, welk bedrag den orthodoxen ten goede komt. De Synode kent geene richtingen en de Raad van Beheer slaat aan volgens vermogen. Het totaal van den aanslag beliep f 1.669.642,22. De verplichte uitkeering aan predikanten (zonder kindergelden) overtrof het bedrag met 30°/o, zoodat, zal het reglement zijn volle effect sorteeren, de aanslagen nog dienen verhoogd te worden. Het bedrag der protesteerden beliep f 550,834.— waardoor tevens circa vier ton aan uitkeeringen verviel, daar de Raad niet uitbetaalt bij weigering van eene bezette predikantsplaats.

Ten opzichte van de Ethische groep valt op te merken, dat indien zij allen betaalden zij circa twee ton meer ontvangen dan bijdragen, terwijl hun weigerachtigheid f 93.638.— waartegen circa eenzelfde bedrag verviel) hierin geene verandering brengt. Deze groep, welke in haar devies schrijft: „de daad voor het woord" teert alzoo op het geld der overigen, hetgeen desgelijks het geval is met de verdeeling der gelden uit de Generale Kas. Dit komt nu wel niet, omdat zij ethisch zijn, doch het is nu eenmaal een feit.

Ten slotte zij nog opgemerkt, dat het gemiddelde tractement, waaronder de personeele, alzoo vrijwillige bijdragen zijn begrepen, zonder de Rijkskindergelden of die van den Raad van Beheer f 3400.— bedraagt, hetgeen redelijk is te noemen. Hiertegenover is door de invoering van het Reglement op de Pensioenen, 1 Januari 1925 in werking getreden, de last der predikanten met f 284.— jaarlijks verzwaard. [ 56.

Ramus (Petras) is een op het gebied van de filosofie een karakteristieke verschijning, omdat hij tot het Calvinisme is overgegaan en de

scholastieke logica van Aristoteles scherp bestreden heeft. Hij is geboren in 1514, werd in 1562 tot het Calvinisme bekeerd, en is 1572 te Parijs in den Bartholomaeusnacht vermoord. Ramus ging van de gedachte uit, dat er aan het bewuste en opzettelijke denken een onopzettelijk denken voorafgaat in de taal, hetwelk zijn uitdrukking vindt in de regelen der grammatica. Dit is de natuurlijke logica. Hij verdeelt zijn dialectiek in 2 deelen: 1 de manier om de juiste gezichtspunten te vinden of de leer van de loei (de inventione); 2 de vaardigheid om deze gezichtspunten juist toe te passen of de leer van het oordeel (de iudicio). In het laatste hebben we dan ten eerste het syllogisme, ten tweede het systeem en ten derde de wetenschappen, die alle worden betrokken op God en waardoor we komen tot kennis van de idee. Het Ramisme heeft in de zestiende eeuw in de logica een groote rol gespeeld en heeft o.a. aanhang gevonden bij Joh. Sturm in Straatsburg. [ 14.

Rapplsten, Amerikaansche secte, genoemd naar Johann Georg Rapp, geboren te Iptingen in Wurtemberg, 1757; overleden te Economy, in Pennsylvania, 7 Augustus 1847. Rapp, een bekwaam, welsprekend en vroom man, beweerde, dat God hem had geroepen om de Christelijke Kerk terug te voeren tot hare oorspronkelijke zuiverheid Hij organiseerde eene gemeenschap naar het model der primitieve kerk, met gemeenschap van goederen. Moeilijkheden met de regeering leidden in 1803 tot overplanting zijner gemeenschap naar de Vereenigde Staten. Men vestigde zich in Butler County, Pennsylvania, waar het dorp Harmony werd gesticht, eene plaats naar welke de secte soms die der Harmontsten is genoemd geworden. Men hield zich bezig met landbouw en nijverheid en verwierf heei wat eigendom. In 1815 verhuisde de gemeenschap naar Indiana, waar de nederzetting New Harmony, nog welvarender werd dan de eerste volksplanting. In 1824 werden deze bezittingen in Indiana verkocht aan Robert Owen (Deel IV, bl. 489), wiens communistische onderneming aldaar op een mislukking uitliep.

Rapp en de zijnen keerden nu naar Pennsylvania terug, waar men in Beaver County, Noord-West van Pittsburgh zich vestigde, en de zaken op den ouden voet voortzette. Leden van beiderlei kunne werden in de secte opgenomen, doch mochten niet huwen. De Harmonisten hadden geene belijdenis behalve den Bijbel. Adam was in Gods beeld geschapen en „androgynous." Ontevreden met God scheidde het vrouwelijk deel van hem. Dit was des menschen val. Het pas genoemde celibaat achtte men met het oog op het bovenstaande meer Gode- behagelijk dan het gehuwde leven. In de herschapen wereld wordt de mensch hersteld tot den oorspronkelijken toestand van Adam. Ook de Heiland werd een „dual being" genoemd en op zijn wederkomst ter wederoprichting aller dingen, werd veel nadruk gelegd. In 1832 scheidden zich omtrent van 200 tot 250 leden van de gemeenschap af. Snel verminderde de secte. De V. S. Census van 1890 gaf het getal der Harmonisten op als 250; in 1900 waren er slechts 9 over. In 1903 werd hun eigendom verkocht. [ 34.

Sluiten