Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

398

TEUTONEN

erflater zelf in schrift stelt of door een ander doet stellen en onderteekent, waarna hij het verzegelt en in tegenwoordigheid van vier getuigen den notaris als zijn uiterste wil aanbiedt. Deze laatste stelt dan op het gesloten papier de z.g.n. acte van superscriptie. Het geheim testament kan niet worden terugverlangd.

De buitengewone testamentsvormen eischen wegens de bijzondere omstandigheden, waaronder zij toelaatbaar zijn, minder formaliteiten. Deze mogelijkheid is geopend voor krijgslieden in geval van oorlog, voor personen, die zich op zee bevinden en voor personen, die zich bevinden in wegens besmettelijke ziekten geïsoleerde plaatsen.

Een testament kan steeds worden herroepen. Dit geschiedt door uitdrukkelijke herroeping, of stilzwijgend, door het maken van een later testament dat van het vroegere afwijkt.

Teutonen, een Noord-Germaansch volk, dat oorspronkelijk in Thy en Salling woonde aan de boorden van den Liimfjord en aan Kimmer of Himmerland grensde. Later zakten zij uit Thy (oudtijds Thiod geheeten) en Thidsted af naar 't Zuiden, waar Ditmarschen nog aan herinnert. Door den z. g. n. Kimbrischen vloed gedwongen, trokken zij Zuidwaarts, versloegen in 113 Papirius Corbo en zijn Romeinen In Stiermarken. Vervolgens vernietigen zij achtereenvolgens de Romeinen onder Junius Silanus (109), Cassius Longinus (107), Capio en Mallius (105) in Gallië. In 102 te Aquae Sextiae maakte Marius een einde aan de zegepralen van Teutonen en Kimbren. Het woord „Teutonen" wordt ook gebruikt om al de volken van noordelijken bloede rondom de Noordzee aan te duiden en is dan van gelijke beteekenis met de woorden „Gothische," Germaansche, Dletsche volken of Noordsche ras, waartoe de Angelsaksische, Vlaamsch-Friesche (of Nederlandsche) Nederduitsche, Skandinaafsche, Yslandsche, ZuidDuitsche en Zwitsersche stammen behooren. Volgens Tacitus stamde van Tuisto zoon van de aarde (Heriha), Mannus. Mannus had 3 zonen, Ingaevo werd vader van Teutonen-Kimbren, Kauchen (Friezen = Firaesi uit Skonen); van Hermino stammen de Sueven, Hermanduren, Cherusken; van Istaevo stammen de Sikambren (Franken).

Het stamwoord van Teutoon is teut met klankverschuiving „diet."

In 't Yslandsch beteekend „Thiod" volk, in het Gothisch thiuda. 't Woord is in het lersch „tuath"; bretonsch „Tud" en staat in verband met „totus," „fout." Lettisch en Oud Pruisisch tauta.

Teutonen beteekent dus „volk" — of een verstaanbare — volksche taal sprekenden, vandaar nog in het Deensch „utydske" (ondietsche) dat zooveel als wangedrocht, onmensch beteekent, iemand die geen verstaanbare taal spreekt, niet tot het volk behoort. Zoo spreken Bilderdtjk en Van Lennep van „onduitsch" voor „onverstaanbaer" onduidelijk.

't Woord teutoon, dietsch wordt eenvoudig voor volk gebruikt. — Zoo heeten de Gothen en Zweden Gotthiot en Svithiod in de oude Edda's en Saga's, zoo staat in Melis Stoke's Rijmkroniek 1 B. v. 182 „dat vriessche diet" (Friesche volk)

en Lodewijk van Velthem Spieg. hist. 1 D., 1 h., p. 3 spreekt van „allen dieden." Maerlant zegt:

„Ende omdat ic Vlaminc ben met goeder herte biddic hen die dit dietsche sullen lesen dat sy mi genadich „wesen."

Zoo spreekt Ulfilas van „Guta thiuda" (gotenvolk).

Van Maerlant spreekt ook van „het juetsche diet"

In Lanque flamande en France van deBacker staat een oud lied, waarin voorkomt: „thiot vrancono" (Frankisch volk.)

In een Rederijkerswedstrijd van Gent in 1498 staat dat de mededingers in „dietsche tale" moesten schrijven. Dat woord „teutoonsch" of „dietsch" vertaaide men in 't Fransch door „thiois," ook wel „tiexhe." Op de taalgrens in Haspegouw vinden wij nog twee dorpen, die oudtijds „Heur li Tleche" en „Heur li Roman" nu Dietsch Heur bij Tongeren en Heure le Romain (in 't Luiksche) heetten, d. w. z. Heur, waar de volkstaal weer-klinkt en Heur, waar romaansch „of vreemd d. i. Waalsch" gesproken wordt. Het woord Teutoon, diet, zit ook nog in ontzaglijk veel volksnamen, — waarvan enkele reeds bovenvermeld. Dan nog in Ditsum, (OostFriesland), Diekirch, Diedenhoven (Thionville), Sithiu (vroeger in Noord-Frankrijk), Aduatieken dléte (= assemblée politique), Teutobodiaci (bij Piinlus).

De vorm „Tentoon" vertoont de voor-Germaansche vorm van „diet."

't Beteekent volksgenieën, volksmatig, wat van t volk is (in het Fransch populair, vulgair.) Als zelfstandig naamwoord is het de volkstaal of het volk en leeft ook in „beduiden, duidelijk, verduitscnen", d. i. duidelijk maken of vertalen, Als men leest, dat Vondel of andere „Duitsch" schreven, wil dat enkel zeggen verstaanbaar voor 't volk: geen Latijn en geen Fransch; het heeft een andere zin of beteekenis dan Duitsch van Saksenland, Thuringen, Beieren enz. enz. Nederduitsch is dan de volkstaal die in de „lage landen bi der see" of Nederlanden inheemsch is, tegenover de volkstaal van de Overlanden uit 't tegenwoordige „Duitschland." Gens — het Latijnsche woord voor volk in de noordelijke talen overgezet, was theod (angelsaksisch), thiod (Skandinaafsch).thiat (Frankisch).

Ook in de voornamen Thjodrik, Theodorik, Diederik (Derk, Tjerk, Dirk, Durk), Thiatgrim, Detief enz. zit het stamwoord van Teutoon, of Diet. Zie ook de godennaam Teutatis en het Italiaansche thedesko-thiudisko.

(Lift.: Snorre Sturlason's Heimkringla; N. M. Petersen Nogle Bemaerkninger om Modersmalet 1874 Kopenh.; D'arbois de Jubainville, Premiers habitants d' Europe, I p. 219; Von Wicht Aanteek. op 't O. L. bl. 149; Verhand, ter nasporing van de Wetten des Vaderlands door Genootschap Pro excolendu jure patrio Deel II 1778, Groningen.

Gudmunt Schutte „Norden som Folke vugge", In Faedrelandet 1911, No. 16).

Svea Rickes Haf der van Erik Gustav Geyer enz.

Sluiten