is toegevoegd aan uw favorieten.

Prae-adviezen over de vraag: Is publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie wenschelijk? Zoo ja, in welken vorm?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Prof. Mr. Dr. H. W. C. Bordewijk.

87

vertegenwoordiging op voordracht van den betreffenden, minister. Voorzitter van' dien Baad is de speciale bedrijfsminister. Want elk belangrijk bedrijf resp. elke belangrijke groep van bedrijven krijgt een eigen ministerie. De Directie wordt benoemd door den minister van het bedrijf op voordracht van den door hem gepresideerden Baad van B. en T. De opperste controle over het bedrijf berust in handen van de politieke vertegenwoordigende lichamen. Voeg daarbij de organisatie van den „algemeenen ekonomischen Baad", welks leden benoemd worden door de volksvertegenwoordiging op aanbeveling der betrokken groepen, waarin naast de bedrijfsdirecteuren, de centrale der technici, de organisatie der arbeiders èn der consumenten ook de volksvertegenwoordiging haar afvaardiging heeft en waarvan de minister van Nijverheid ambtshalve voorzitter is en denk verder aan de organisaties noodig voor de medezeggenschap van het personeel, die het bedrijfslichaam ook al niet leniger maken, en Ge ziet de waarborgen yoor U voor een zoo goed en zoo goedkoop mogelijke productie, zonder politieke inmenging, stroeve ambtenarij en bureaucratie.

Een ander punt, dat in den overgangstijd naar zoo volledig mogelijke socialisatie — verwezenlijking van „het" socialisme is immers einddoel — de verspilling van productieve kracht sterk moet bevorderen en de bevolking voor verarming plaatst, welker omvang niet is te overzien, betreft de schadevergoeding voor de overgenomen ondernemingen. Op zichzelf is het denkbeeld, dat schadevergoeding wordt gegeven, billijk en praktisch. Maar nu bedenke men, welk een kapitaalvernietiging bij consequente toepassing van het stelsel, hiervan het gevolg zal zijn. De middelen voor de vergoeding moeten gevonden worden door heffingen van het kapitaal en dobr staatserfrecht. Wat zullen echter de onteigenden met die vergoedingen kunnen beginnen?. Het terrein voor belegging krimpt, bij de inperking van het arbeidsloos inkomen, voortdurend in. Particuliere kapitaalvorming door besparing wordt tegengegaan en steeds minder aantrekkelijk. Zoo zal er niet veel anders overblijven, dan dat die, ook bij matige berekening, ontzaglijke bedragen aan schadevergoeding" vroeg of laat — dit hangt van het tempo der socialisatie af — zullen worden opgeteerd. Men moet de verwachtingen aangaande de toeneming der productie wel tot een, fantastisch peil opschroeven, wanneer men meent, dat dit kapitaalverlies met een saldo daardoor zal worden gecompenseerd.

Daarbij komt nu nog iets anders: de kapitaalvorming zelve onder het socialisatieregiem. Waarborgen, dat van deze evenveel en lièfst méér terecht komen zal dan onder het kapitalisme, worden niet gegeven. Het