is toegevoegd aan uw favorieten.

Is het in het algemeen wenschelijk aan het instituut van schoolvoeding (schoolkleeding) uitbreiding te geven?

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

MR. J. EVERTS.

"3

onderhoud afdoende konden worden afgedaan, de zaak in onderzoek wordt genomen. Van de resultaten van het onderzoek en den aard van het geval zal het afhangen wat er verder moet geschieden. Blijkt het, dat er een instelling is, welke wellicht hulp zou kunnen verleenen, dan verzendt het Bureau het rapport naar die instelling, met het verzoek het geval in overweging te nemen. Is het rapport werkelijk goed en geldt het niet een permanente bemoeiing dan zal de instelling wellicht op grondslag van het rapport reeds willen beslissen. Verklaart de instelling, dat zij geen hulp zal verleenen, dan wendt de Armenraad met zijn rapport zich tot een andere instelling. Door dezen gang van zaken wordt voorkomen, dat de man van het kastje naar den muur wordt gezonden en dat zijn geval telkens weer door een andere instelling wordt onderzocht.

Ziedaar de wijze, waarop hulpzoekenden m.i. moeten worden te woord gestaan en verder geholpen.

Doet het bureau van den Armenraad niet aldus, behandelt het deze zaken op dezelfde wijze als de instellingen het zelf doen, dan heeft het optreden van het bureau geen zin. Er zou dan slechts een aanmeldingsbureau in de stad méér zijn. Het bureau van den Armenraad is geen aanmeldingsbureau, maar een advies-bureau.

Ik veronderstelde tot hiertoe, dat de hulpzoekende behoefte heeft aan een of andere stoffelijke hulp, die de Armenraad zelf niet kan en niet zou mogen verstrekken. Het komt echter zeer dikwijls (althans in Amsterdam) voor, dat er ,.slechts" sprake is van moreelen steun. Veel gevallen komen voor, waarin armoede dreigt, omdat er in de familieverhoudingen iets hapert, de man zijn vrouw heeft verlaten, zijn onderhoudsplicht niet nakomt; veel gevallen van kinderbescherming, van dreigende verwaarloozing, gevallen waarin een reddende hand tijdig moet worden toegestoken. Dit zijn in den regel zeer moeilijke gevallen, omdat voor deze zoo dikwijls geen instelling te vinden is. Bovendien komen herhaaldelijk bij het Bureau in Amsterdam gevallen voor van personen met alleszins voldoende bestaansmiddelen. Ik denk aan vele weduwnaars, die na den dood der moeder met kleine kinderen achter-