Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Hiermede verklaar ik deze vergadering voor geopend, en geef het woord aan Prof. v. Hamel.

(Applaus.)

De Heer Professor Mr. J. A. van Hamel: M. de V.! Toen gij mij vroegt om in deze vergadering een enkel woord ter inleiding te spreken, heb ik eigenlijk gedacht, dat ik daarmede zou leveren een blijk, strijdig met mijn overtuiging, van de hulde, die ik aan de Commissie zou willen zien betuigd. Immers, in een even zakelijk alle duidelijk, leesbaar en lezenswaardig rapport, heeft deze Commissie een onderwerp behandeld en wanneer men nu daartegenover de stoutmoedigheid zou hebben om als het ware nog als explicateur te willen optreden, dan zou men daardoor het vermoeden kunnen wekken, aan den indruk, dien het rapport op zichzelf moet maken, afbreuk te willen doen. Dat is intussen en bij mij niet het geval, en ik verzoek de Commissie niet alleen de verzekering daarvoor te aanvaarden,, maar ook te gelooven aan den eerbied, dien ik voor haar arbeid heb.

Gij hebt het evenwel nuttig geacht, M. de V., zooals gij mij schroeft, dat men door een korte mondelinge uiteenzetting nog medewerkte tot het vormen van een communis opinio in deze zaak. Aldus vat ik dan ook de taak, die ik op dit oogenblik vervul, op en het is mij aangenaam dit inleidend woord te mogen spreken. Ik stel dit op den voorgrond, omdat ik zeer sterk overtuigd ben. dat het hier een zaak betreft, welke om iets meer vraagt dan om discussie en om een behandeling ; welke vraagt om uitgevoerd te worden,, om werkelijkheid te worden. En wanneer deze vergadering doel wil treffen, dan zal zij zich er toe moeten zetten om te bereiken, dat een onderwerp, dat reeds lang uit en. te na behandeld, besproken en bediscussieerd is, eindelijk na zooveel jaren wordt doorgevoerd en dat naar buiten, bij de wetgevende macht en bij de verantwoordelijke Regeering, de indruk wordt gevestigd, dat deze materie eindelijk moet worden ter hand genomen. Het zou een groot succes zijn, als hier een communis opinio kon worden gevormd en daarom is het volstrekt niet mijn bedoeling om met persoonlijke opvattingen tegenover die van de Commissie te komen en om een uitvoerige kritische

Sluiten