Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

keurig de grootte van het inkomen der verschillende individuen vast te stellen. Het eenige middel dat rechtstreeks tot de kennis van dat gegeven voert, is de aangifte van het inkomen door de belastingplichtigen zelf. Dit middel werd echter — en waarlijk niet zonder reden — zooal niet volmaakt onbetrouwbaar, dan toch tamelijk ondeugdelijk geacht.

Omdat men de rechtstreeksche belasting van het inkomen dus niet aandurfde, nam men, aangezien dat belangrijk element van het draagvermogen toch in geen geval buiten aanmerking mocht worden gelaten, zijn toevlucht tot belastingen, die de strekking hadden het inkomen langs zijwegen zoo goed mogelijk te benaderen. En daarbij moest het oog wel vallen op een tweetal ten deze van het grootste belang zijnde verschijnselen : het bestaan van zoogenaamde bronnen vjui_inkomen en het geschieden van verteringen. Immers, de omstandigheid dat een persoon over een of meer bronnen van inkomen (onroerende goederen, effecten, een bedrijf) beschikt, kan worden beschouwd als een aanwijzing, dat die persoon uit die bron een zekere opbrengst verkrijgt, met andere woorden dat hij in het genot is van een inkomen. En als iemand verteringen maakt, dus uitgaven doet, mag men besluiten, dat hij een inkomen heeft waaruit hij die uitgaven kan bestrijden

Het streven om, door belasting van de inkomensbron het inkomen zelf te treffen, heeft geleid tot belastingen als de grondbelasting en de patentbelasting. De wetgever legde aan het individu belasting op naar den omvang en de geaardheid van zijn onder die belastingen vallende bronnen van inkomen. Wie vele en goede landerijen had, betaalde meer dan hij, die slechts in het bezit was van weinig of van schrale grondenden zoo ook moest hij, wiens bedrijf bnjkens de uiterlijke kenteekenen van grooten omvang was, een grooter offer aan de schatkist brengen dan de kleine middenstander met een meer bescheiden bedrijf. Dat men op deze wijze in de

Sluiten