Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

zeischappen, maar de „jongelui" doen het in het openbaar. Déze zijn eere-voorzitter van het Chr. Fanfarecorps of van den Chr. Letterkundigen Kring, maar de „jongelui" gaan liever naar „wereldsche" opera's om heusche kunst te zien of genieten van literatuur van COUPERUS.

Het is een hopeloos geval; de „jongelui" zijn de afvalligen, zij zijn de ontrouwen, zij zijn de verdoolden, al naar mate zij op den af keerigen weg gevorderd zijn.

Maar als wij de zaak op den keper beschouwen, dan — en nu wordt het diepe ernst — dan geloof ik dat er wederzijds diep en droevig misverstand is; dat eenerzijds de leeraars niets of niet veel begrijpen van de beweging der jongeren en anderzijds de jongeren niet verstaan dat hetgeen zij willen hen de facto scheidt van de kerk waartoe zij behooren.

Het niet-begrijpen is een algemeene klacht. Wanneer men wordt gewaarschuwd en geen voldoende argumenten bij de hand heeft om zijn doen te verdedigen, dan is allicht het redmiddel: „och, men begrijpt mij niet". Ik wil dus op het eerste niet te veel nadruk leggen. Ik geloof dat ook de ..jongelui" wel eens onbillijk zijn tegen hun leeraren als zij hem van niet-begrijpen beschuldigen. Het zou in tweeërlei zin mogelijk zijn dat hij hun wél begrijpt en wel zeer goed en niettemin zich geroepen gevoelt om hen te waarschuwen. In de eerste plaats zou het kunnen zijn dat hij door een veel hoogere ontwikkeling beter in staat is te oordeelen over hun argumenten en over de consequentie van hun'doen dan zij zelve. Maar het zou in de tweede plaats ook kunnen zijn dat de leeraar voor zichzelf ervaren heeft dat tóch op den duur het hart ledig blijft, wanneer het buiten zijn eigenlijke sfeer leeft; dat hij wel degelijk zélf ook twijfelt waar zij twijfelen en zelf zich ook aan»

Sluiten