Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

HOOFDSTUK TL

Subsidieeeen ten behoeve van werkloozenkassen. Artikel 2.

1. Ten behoeve van werkloozenkassen, welker reglementen door Onzen Minister zijn goedgekeurd, en die overigens voldoen aan de door hem gestelde eischen, kunnen door het Rijk in samenwerking met de gemeenten subsidiën worden verleend aan daarvoor in aanmerking komende vereenigingen, waarvan de werkloozenkassen uitgaan.

2. De beschikking, waarbij het recht op subsidie wordt toegekend, houdt den datum in, met' ingang waarvan deze een aanvang neemt.

Toelichting op Artikel 2. Ten einde geen grond te geven voor de opvatting, dat de werkloozenkas als afzonderlijke rechtspersoon, los van de vereeniging, waarvan zij uitgaat, zou moeten worden beschouwd, is in het besluit als stelsel aangenomen, dat het subsidie niet aan, doch ten behoeve van de kas aan de vereeniging wordt verleend. Het is de bedoeling hierdoor duidelijk te doen uitkomen, dat het vereenigingsbestuur ook het kasbeheer voert en de vereeniging met haar geheele vermogen hiervoor aansprakelijk is.

Het artikel geeft voorts aan, welke vereenigingen voor het ontvangen van subsidie in aanmerking kunnen komen. Dat daarvoor het reglement der werkloozenkas moet zijn goedgekeurd, is op zich zelf niet voldoende, aangezien er daarnaast andere redenen kunnen zijn, waarom toekenning van subsidie aan een bepaalde vereeniging minder wenschelijk wordt geacht. Bepaald is daarom, dat de kassen ook overigens moeten voldoen aan de door den Minister, met de uitvoering van dit besluit belast, gestelde eischen. Niet alleen de kassen, doch ook de vereenigingen, waarvan deze uitgaan, moeten aan te stellen eischen beantwoorden, willen zij voor het ontvangen van subsidie in aanmerking komen. In het eerste lid wordt daarom gesproken van „daarvoor in aanmerking komende vereenigingen."

Ingevolge het bepaalde bij artikel 26 zal de Minister over de vraag, of subsidie kan worden toegekend, niet beslissen, alvorens de Commissie van Advies te hebben gehoord en wanneer het een kas betreft, die haar werking over niet meer dan een gemeente uitstrekt, ook het advies van het betrokken gemeentebestuur te hebben ingewonnen.

Artikel 3.

Op verlangen van Onzen Minister worden door het bestuur eener gesubsidiëerde vereeniging de door hem noodig geachte

Sluiten