is toegevoegd aan uw favorieten.

Paulus' brieven aan de Korinthiërs

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

92

1 Korinthen 9 : 16. UITLEG.

wijzen in Korinthe zich alles maar te veroorloven, niet zelfs in het brengen van het evangelie, want hiertoe is hij door den Heer geroepen en verplicht.

17 Nalatigheid zou een straf over hem brengen. Was Paulus in de gelegenheid geweest, het uit eigen beweging te doen, dan was het wat anders. Maar als Paulus moet, hoe kan er dan van loon sprake zijn? We volgen nu een andere indeeling van den tekst door wijziging van de leesteekens. Volgens die lezing is dit het loon voor Paulus: de voldoening, de eer om

19 de bezoldiging die hem rechtens toekomt, niet aan te nemen. Hoe vrij staat zulk een man tegenover iedereen en hoe hoog steekt hij uit boven de zelfzuchtige Korinthiërs, die zich alles veroorloven! Zijn vrijheid is de echte vrijheid, Wie zoo vrij is, kan geen andere ziel in gevaar brengen, maar kan zich zonder dwang tot aller knecht maken. Zich aan anderen dienstbaar maken om winst is slaafsch, zich aan anderen dienstbaar maken om hen te winnen — voor den Heer — is heerlijk. De forsche eik is de meest verdraagzame boom, die veel laat groeien onder zijn takken. De zelfzuchtige beuk wil alles over het hoofd groeien en verstikken. Er waren veel beuken te Korinthe. Paulus was een eikeboom der

»o gerechtigheid. Voor de Joden wordt hij als Jood, hij, de oud-Jood, en dat niet uit karakterloosheid, maar uit karakter. Zelf gered uit de branding van de wetsgevaren, duikt hij er in onder om anderen te redden.

21 Wie geen wet hebben, valt hij er niet mee lastig. En toch is hij geen

22 wetlooze want hij wordt geleid en leidt door Christus als wet. Onder zwakken heeft hij niet zijn kracht misbruikt, als de mannen van de kennis te Korinthe wilden doen, maar hij is met hen zwak geweest. De opvoeder moet den kinderen kind weten te zijn, de dorpsherder den landlieden een landman, de zendeling den Toradja's een Toradja. Paulus is van alles geweest om toch maar velen te winnen voor het heil in Christus. We moeten den menschen de groote werken God vertellen in hun

23 eigen taal. Hij doet alles voor het evangelie. Let wel: niet voor zich zelf, niet voor zijn carrière, doch voor het evangelie. Het is een offer, grooter dan de argelooze lezer vermoedt. Want hij doet het om er geheel bij betrokken te zijn, d.i.: deelgenoot zijn, maar zóó, dat men er niets van trekt, doch alles er bij toelegt. Hij kleedt zich uit voor het evangelie. Hij gaat er in op en wil er in onder gaan.

24 Wat een heldenleven! Dat deed denken aan de wedstrijden, die men te Korinthe op den Isthmus kon zien. Velen dingen mee, doch één is de gelukkige. Het komt er op aan, zich er voor te geven, niet als de velen,

25 doch juist als die ééne. Daarvoor moet men zich van al het andere spenen, des te meer, wanneer het gaat om een onverwelkelijken krans, niet met

26 verdorrende bladeren. Neen, Paulus in zijn geestdrift is geen dweper. Hij is een vuistvechter, wiens slagen raak zijn, een wedlooper, die de

27 oogen open heeft. Alles is bij hem in spanning. Het lichaam moet er onder. Geen eischen meer voor het eigen ik. Hij is voor anderen de heraut