is toegevoegd aan uw favorieten.

De gedoemde stad

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

III

Ofschoon dit een leugen was, want het garnizoen van Antonia had part noch deel in den moordenden strijd gehad, misten zijn woorden hun uitwerking niet op het gepeupel, dat met nieuw vuur en nieuwen moed bezield werd. Door Simon persoonlijk geleid, haastten ze zich naar voren met de stormladders en plantten zij die tegen de wallen aan, maar het eenige gevolg was dat ze weer terug gedreven werden. Gedurende verscheiden uren woedde de strijd; negentien keer werden ze terug gedreven, telkens vernieuwden ze den aanval met onversaagden moed; bij de twintigste bestorming, toen de dag reeds ten einde spoedde, slaagden de joden er in zich een toegang te verschaffen.

„Laat er niet één in het leven," was hun kreet. „Hebben zij onze vrouwen en kinderen gespaard?"

Het kleine garnizoen, door een veel sterkere macht overrompeld hield kranig de eer van Rome op; zonder er aan te deuken kwartier te vragen, vochten zij onversaagd doof, steeds de opengevallen

piaatsen nunner makkers innemende, tot het zwaard voor het laatst in de hand van den laatsten man flikkerde. De standaard, welke van af den hoogsten toren had gewapperd en met zijn uitdagende etters S. P. Q. R. (Senaat en Volk van Rome), den Joden zoolang een ergernis was geweest, werd naar beneden gehaald en aan flarden gescheurd. Zoo viel, na een verwoed gevecht van twee dagen, de groote sterkte

v«iu antonia, een geDeurtems, welke den overwinnaar van Masada slechts gennge vreugde bereidde, toen hij het volk dien avond hoorde zeggen: ,,Manahem heeft zijn duizenden verslagen, maar Simon zijn tien duizenden.'*

Den volgenden ochtend weerklonk de kreet van het gepeupel„Naar het Praetorium.'*

Manahem hernam het opperbevel en op een vurig ros gezeten en gevolgd door schreeuwende benden, begaf hij zich naar de open ruimte vóór het terras en sommeerde met luider stemme de overgave van het Paleis.

Het antwoord was een pijl, die het doel bereikende, waarmede tuj was afgeschoten, midden door de pluim van Manahem's helm gmg.

„De volgende pijl is voor uw hart bestemd," riep Metilius, „indien geivTn°g eens verraad 4311 «en Romein durft voor te stellen."

Manahem, de duurste eeden zwerende, dat de verdedigers van het Praetorium hetzelfde lot als die van Masada en Antonia zouden ondergaan, begaf zich naar een plek van waar hij, beschut voor de werptuigen van den vijand, de werkzaamheden van het beleg kon lelden.

Het ellendigste wezen in het Praetorium was, op dat oogenblik, 1Jfm^S' H' k3*1 het £ewaa£d 0011 venster te kijken en het volk, uat hem herkende, schreeuwde zijn vurigen haat tegen den