is toegevoegd aan uw favorieten.

De maagd van Neurenberg

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hoofdstuk xvtn.

Stella was dood-eenvoudig, maar met den uitersten smaak gekleed; zij droeg een japon van zacht-witte stof met blauwe zijde bewerkt, die haar tengere gestalte bizonder wel kleedde, en een alleraardigst coquet hoedje, blauw met witte rosetten versierd. Zij droeg geen sieraad anders dan de gesp van haar blauwe ceintuur, een mooi stuk bewerkt goud, twee duiven met robijnen voor oogen, met de snavels in elkaar vast gehaakt. Heur prachtig blond haar, dat over de heupen reikte, werd door een blauw zijden koord saamgebonden.

Alles liep uit om haar te zien voorbijgaan.

„Je bent voor niemand anders mooi dan voor mij", had toen Manfred gezegd, en zij terug: „Er is voor mij geen wereld, dan bij jou, lieve Manfred".

Toen zij en haar moeder voorbij den hellebaardier kwamen, die de wachtpost bezette bij de ophaalbrug, groette hij als voor een vorst, en een zestal reiters, toevallig in de schaduw van 't geboomte rond-