Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 1

- 8

(Staatsblad n°. 98), omtrent de spoorwegdiensten en het gebruik der spoorwegen behoeft, het raadzaam maken haar door eene nieuwe wet te doen vervangen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State gehoord, en inet gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK L

ALGEMEENE BEPALINGEN.

Art. 1. Ondernemers eener spoorwegdienst zijn verantwoordelijk voor de schade, door personen of goederen bij de uitoefening der dienst geleden, ten ware de schade buiten hunne schuld of die hunner beambten of bedienden zij ontstaan.

Het denkbeeld van dit artikel (en der geheel wet) is dat de directièn niet strafrechtelijk aansprakelijk zullen zijn voor de daden van hare beambten, maar burgerlijk verantwoordelijk voor de schade, te weeg gebracht door personen en voorwerpen, onder haar beheer staande. (Redev. M. v. Binnenl. Zaken.)

— Dit artikel regelt slechts den bewijslast, ingeval van schade, zonder omtrent de verplichting tot vergoeding daarvan of de bevoegdheid die te vorderen, iets aan het gemeene recht te derogeeren; het strekt immers blijkens zijne woorden en kennelijke bedoeling, alleen om in het belang van het publiek, het veilig verkeer over spoorwegen zooveel mogelijk te waarborgen en het bestuur daarover tot de stipste waakzaamheid te noodzaken, door, tegen den gewonen regel, behoudens tegenbewijs, aan te nemen dat iedere schade, in de uitoefening van den spoorwegdienst toegebracht, is toe te schrijven aan de schuld van de onderneming

Sluiten