Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Besluit van den 6den October 1922, n°. 15, Ned. Staatscourant n°. 198, betreffende de lichaamsoefening. Wij WILHELMINA,' enz. Overwegende, dat herziening van Ons besluit van 25 Juli 1916, n». 44, betreffende de lichamelijke oefening van de mannelijke en vrouwelijke jeugd buiten de school, gewijzigd bij Onze besluiten van 5 Juli 1918, n°. 85, 5 April 1919, n°. 43, 31 Maart 1920, n°. 42, en 12 Mei 1922,' n°. 71, wenschelijk is ;

Op de voordracht van Onzen Minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen van 4 October 1922, n°. 9386, Afdeeling L.O.A. ; Hebben goedgevonden en verstaan : vast te stellen de navolgende bepalingen, welke zullen uitmaken het

Besluit betreffende de lichaamsoefening. Art. i. Van Rijkswege wordt bevorderd, dat in elke gemeente bij voldoende vraag naar lichamelijke oefening van jeugdige personen boven den leerplichtigen leeftijd, ter beoordeeling van Onzen Minister met de uitvoering van dit besluit belast, daarvoor de gelegenheid wordt gegeven onder inachtneming van de navolgende bepalingen.

2. De in artikel 1 bedoelde jeugdige personen mogen in den regel den leeftijd van 20 jaren niet hebben bereikt en niet behooren tot de leerlingen eener inrichting van onderwijs, in. welker leerplan de lichaamsoefening is opgenomen.

3. Het onderwijs wordt aan mannelijke en aan vrouwelijke leerlingen afzonderlijk gegeven.

In de stichting of de beschikbaarstelling en in de inrichting van terreinen en lokalen wordt zooveel mogelijk door de gemeenten dan wel door gemeentelijke commissies of vereenigingen als bedoeld in artikel 7 voorzien. Daarbij kan van Rijkswege steun of medewerking worden verleend naar regelen, door Onzen voornoemden Minister vast te stellen.

5. 1. Bevoegd tot het geven van onderwijs aan mannelijke jongelieden als bedoeld in dit besluit zijn mannen, in het bezit van :

a. de akte van bekwaamheid voor middelbaar of iager ouderwijs in gymnastiek of lichamelijke oefening ;

Sluiten