is toegevoegd aan uw favorieten.

Wetten tot regeling van de Pensioenen der Burgerlijke Ambtenaren, Leeraren en Onderwijzers

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

115

Art. 7

artikel door de leeraren verschuldigd, worden door de zorg der gemeentebesturen geïnd en aan het Kijk verantwoord."

—■ Zie de tweede en derde aanteekening op art. 2.

Art. 4. De directeuren en onderwijzers aan gemeentelijke kweekscholen voor onderwijzers en onderwijzeressen worden voor de toepassing der bepalingen omtrent pensioen als burgerlijke ambtenaren aangemerkt.

Art. 5. De in het vorig artikel bedoelde directeuren en onderwijzers, die bij het in werking treden dezer wet in dienst zijn en de dan in dienst zijnde directeuren en leeraren aan de in de artikelen 2 en 3 genoemde scholen en gymnasia, tot de oprichting waarvan de gemeenten niet verplicht waren, worden, indien zij vroeger burgerlijk ambtenaar geweest zijn, als hérplaatste burgerlijke ambtenaren aangemerkt.

Art. 6. De vorenstaande bepalingen zijn niet van toepassing op de bij het in werking treden dezer wet in dienst zijnde directeuren en onderwijzers aan gemeentelijke kweekscholen voor onderwijzers en onderwijzeressen en op de directeuren en leeraren aan de in de artikelen 2 en 3 genoemde scholen en gymnasia, tót oprichting waarvan de gemeenten niet verplicht waren, die binnen drie maanden na het in werking treden van deze wet hun verlangen deswege schriftelijk hebben te kennen gegeven door toezending eener ter zake luidende verklaring aan het Departement van Binnenlandsche Zaken.

Art. 7. Deze wet treedt in werking op een nader door Ons te bepalen dag.

Bepaald bij besluit van 24 Juni 1905, S. 218, op 1 Januari 1906.

8*

op een nader door Ons te bepalen dag.