is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 7den November 1910 tot regeling van het octrooirecht voor uitvindingen (Octrooiwet 1910, S. 313)

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 63 —

92

haar als met elke andere aanvrage wordt gehandeld.

Zie ter uitvoering van dit artikel het sedert gewijzigde besluit van 15 December 1914, S. 559 (Octrooireglement S. 559 van 1914), onder de bijlagen opgenomen.

Art. 63. lt Ingezetenen van eene Nederlandsche kolonie of bezitting in een ander werelddeel kunnen bezwaarschriften, als in artt. 24 en 25 bedoeld, memories van grieven, als in art. 27 bedoeld, en verzoeken, als in de artikelen 32, derde lid, en 34, vierde lid, bedoeld, bij den Octrooiraad indienen door aanbieding aan het in hunne kolonie of bezitting bestaande Hulpbureau voor den Industrieelen Eigendom.

2. Het Hulpbureau geeft onverwijld van het inkomen van een bezwaarschrift of eene memorie* van grieven telegrafisch kennis aan den Octrooiraad en doet dien Raad het ingekomen stuk toekomen.

Art. 64. De wijze van werken en de inrichting van de in dit hoofdstuk bedoelde Hulpbureaux, voor zooveel de uitvoering van deze wet betreft, wordt bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld.

Zie ter uitvoering van dit artikel het sedert gewijzigde besluit van 15 December 1914, S. 559 (Octrooireglement S. 559 van 1914). onder de bijlagen opgenomen.

Art. 65. Voor de koloniën en bezittingen van het Rijk in andere werelddeelen wordt in de onderwerpen, geTegeld bij artikelen 45 en 46, bij algemeene verordening voorzien.