is toegevoegd aan uw favorieten.

Veewet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 90 —

TITEL IV.

Het reinigen en ontsmetten van veewagens, gereedschappen en ladingsterreinen van spooren tramwegen. 12. De veewagens worden na besproeiing van wanden en vloer met een ontsmettingsmiddel ontledigd van strooisel, mest, voeder, enz. en door afkrabben en uitvegen van het grove vuil ontdaan.

J^Daarna worden de wanden en vloer met water afgeschrobd en vervolgens begoten of bespoten, totdat zij geheel rein zijn. 'Voor zooveel noodig, moet het afschrobben geschieden met heet zeepsop of met heete potaschof sodaloog-oplossing. Wandbekleedingen van leder of linnen worden met warm zeepsop of, zoo noodig, met warme potasch- of sodaloogoplossing afgewasschen.

De goed gereinigde wanden en vloer worden ontsmet door witten met kalkmelk of chloorkalkmelk, of door bestrijken met creoline of lysol, of door stoom van ten minste 2 atmosfeeren (120° C) op alle te ontsmetten plaatsen van nabij in een straal te doen inwerken.

Op overeenkomstige wijze worden gereinigd en ontsmet loopplanken, voederbakken, emmers, touwen en andere voorwerpen, waarmede het vervoerde vee in aanraking geweest is.

Op de terreinen van in- en uitlading worden mest, gebruikt strooisel, enz. zorgvuldig bijeengeveegd, de aarden bodem met water afgespoeld en de bestratingen en houtbekleedingen met water afgeschrobd. Na reiniging wordt de bodem met creoline. begoten.

De uit de wagens en van de voorwerpen verwijderde en de op de terreinen bijeengeveegde stoffen worden naar eene daarvoor bestemde bergplaats vervoerd en aldaar met gebrande kalk bestrooid.

TITEL V. Slotbepalingen. 13. De inspecteur-districtshoofd beslist in overleg met den burgemeester op welke wijze in elk bijzonder geval het onschadelijk maken en het ontsmetten zal geschieden en welke reinigings- en ontsmettingsmiddelen daarbij moeten worden gebruikt. Inzonderheid wordt