is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 13den Juli 1907, S 193, tot wijziging en aanvulling van de bepalingen in het burgerlijk wetboek omtrent huur van dienstboden en werklieden en daarmede samenhangende artikelen in dat wetboek, alsmede in de wetboeken van koophandel en van burgerlijke rechtsvordering, in de wet op de rechterlijke organisatie en het beleid der justitie, en in de faillissementswet (arbeidscontract) zooals deze wet gewijzigd is

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 115 —

aan welke het spaarfonds verbonden is, is gevestigd, De werkgever zelf of een Van diens beambten pf zetbazen kunnen niet tot die overige leden van het bestuur behooren. (1) , (1) Het tweede lid van: dit artikel is aldus op nieuw vastgesteld bij besluit van 13 October 1908, S. 319.

5. Iedere handeling en ieder besluit van het bestuur, strijdig met eene wettige bepaling van het reglement, is nietig. .

6. Het reglement kan niet in werking treden alvorens:

1°. een volledig exemplaar, door het bestuur onderteekend, ter inzage voor een ieder is nedergelegd ter griffie van het kantongerecht, binnen welks ressort de onderneming, aan welke het spaarfonds verbonden is, is gevestigd;

2°. een volledig exemplaar op eene voor de inleggers gemakkelijk toegankelijke plaats, zoo mogelijk in het arbeidslokaal, zoodanig opgehangen zij, dat het duidelijk leesbaar is.

Hetzelfde geldt ten: aanzien van wijzigingen, in het reglement aangebracht.

7. Overigens moet het reglement bepalingen bevatten, met machtneming Van bovenstaande artikelen, omtrent:

o. de wijze van beheer van het spaarfonds ;

6. de wijze, waarop het reglement kan worden veranderd ;

-• de bestemming der bezittingen van het spaarfonds bij eene eventueele liquidatie d aarvan;

d. de wijze, waarop geschillen, uit de toepassing van het reglement / voortspruitende, zullen worden beslist. «ei

8. Is een zelfde spaarfonds verbonden aan meer dan ééne onderneming, dan vinden de bepalingen der artikelen 3,4 en 6 van dit besluit ten aanzien van iedere dier ondernemingen overeenkomstige toepassing. 2

Onze Minister van Justitie is belast met de

1 Het tweede lid van dit artikel is aldus op nieuw vastgesteld bij besluit van 13 Octeber 1908, S. 319.

i « JPï , artihel is ingevoegd bij besluit van 1 3 October 1908, S. 319, welk besluit de volgende Overgangsbepaling bevat:

„Ten aanzien van beleggingen, reeds gedaan