is toegevoegd aan uw favorieten.

Verordeningen dienstplicht

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ontslag.

111

Art. 105. 1) Van den verlofganger, die ingevolge artikel 47 van het Dienstplichtbesluit, dan wel artikel 102 dezer regeling, voor den Dienstplichtcommissaris, moet verschijnen, doet deze opgaaf aan het betrokken Hoofd van plaatselijk bestuur met vermelding van tijd en plaats, voor de verschijning bepaald.

2) Het Hoofd van plaatselijk bestuur roept den verlofganger op bij persoonlijke kennisgeving.

3) De Commandant van het Leger regelt de wijze van oproepen of houden in werkelijken - dienst voor den tijd, door hem te bepalen, van verlofgangers, die aan de oproeping, bedoeld in het voorgaand lid, niet voldoen, of die, voor den Dienstplichtcommissaris verschenen zijnde zich daarbij schuldig maken aan tekortkomingen, als bedoeld in het tweede lid van artikel 45 van het Dienstplichtbesluit.

HOOFDSTUK X.

Ontslag. (D. 48-50; Uitv. b. 8—10.)

Art. 106. 1) De vorm van het bewijs van indeeling bij den landstorm, voorgeschreven in artikel 8, derde lid, der Voorloopige Uitvoeringsvoorschriften in Staatsblad 1918 no. 270, wordt door den Commandant van het Leger vastgesteld.

2) Het bewijs van indeeling bij den landstorm wordt opgemaakt door den militairen gezaghebbende, aangewezen door den Commandant van het Leger, en den betrokken dienstplichtige uitgereikt of toegezonden: a. ingeval hij zich in werkelijken dienst bevindt i overeenkomstig" de door den Commandant van het Leger vastgestelde • voorschriften»'^ .