Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

8

Regl. rechterl. organisatie.

gegeven aan den directeur van justitie en aan het hooggerechtshof.

Art 116 septies. Tot het wettiglijk houden van het landgerecht wordt vereischt de tegenwoordigheid van den landrechter en van den fiscaal-griffier.

Van al hetgeen ter terechtzitting wordt verhandeld houdt laatstgenoemde aanteekening in een daartoe bestemd register (L. R. 4).

Art 116 octies. (St. 1917-555.) De fiscaal-griffier staat onder het toezicht en de bevelen van den landrechten Deze ambtenaar is niet begrepen onder de uitdrukking „openbaar ministerie" of „ambtenaar van het openbaar ministerie" waar die in het algemeen wordt gebezigd.

Art 116 novies. (St. 1917-497,1920-472.) De landrechters nemen, zonder onderscheid van den landaard der beklaagden, in eersten aanleg en tevens in het hoogste ressort kennis van:

a) alle overtredingen, daaronder begrepen die welke bij artikel 88 aan de" kennisneming van de districtsen regentschapsgerechten zijn onttrokken, waarop geene zwaardere straf is gesteld dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste vijf honderd gulden, met of zonder verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen, en wélke niet ter kennisneming aan andere rechters zijn opgedragen.

b) de in den artikelen 352, eerste lid, 364, 373, 379,384, 407, eerste lid en 482 van het Wetboek van Strafrecht vermelde misdrijven, alsmede het misdrijf van eenvoudige beleediging, bedoeld bij artikel 315 van dat Wetboek.

Sluiten