is toegevoegd aan uw favorieten.

Wet van den 29sten Juni 1851, S. 85, zoals zij is gewijzigd bij de wetten van 7 Juli 1865, ...

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 127 —

— Het college van zoolang het werkzaam kring zijner bevoegdh de gemeente, óf van d Rijk; hunne daden k beschouwd worden dan personen.

Om de leden perso stellen, zou men zich n daad door hen persoo qualitjit verricht, (A Raad van 12 Januari 1

— De gemeente is handelingen gedaan d uitvoering van vootrsc' ciaal reglement. (A Raad van 24 Juni 18S

Zie over deze en samenhangende kwest meld in een reeks a W. B. A. 3584 en vlf

Art. 127. Warm Wethouders niet of dé hun bij het vori uitvoering zorgen, saris in de provinci tigen, in die uitvot

Krachtens dit artik des Konings bevoegd] begrooting aan den i stelling er van. (Beslu

Bij dit besluit is tei niet alleen toepassing nalatig zijn, maar oc ontstentenis van weth

— Wanneer hetzij wethouders, hetzij do Koningin een besluit i indien het van den g goedkeuring eener a dan behojft dat besh om wettig en voor uil (Besluit van 22 Juli het besluit van 2 Juli

Art. 128. Tot v

van gemeenten w(

burg. en weth. handelt, is binnen den f ormaelen eid fils orgaan óf van e provincie, óf van het unnen dus niet anders als daden dezer rechts-

onlijk aansprakelijk te loeten beroepen op eene nlijk en niet in hunne, rrest van den Hoogen 883, W. 4868.) niet" aansprakelijk voor aor burg. en weth. ter ïriften van een provinTest van den Hoogen 1, W. 4672.) . verschillende daarmede ies ook het geval, verrtikelen, opgenomen in

3er Burgemeester en niet behoorlijk voor g artikel opgedragen kan Onze Commisb ten koste der nalaring voorzien. ;1 heeft de Commissaris ïeid tot aanbieding der aad en later tot vastit van 2 Juli 1886, C. V.) ens beslist, dat art. 127 vindt als burg. en weth. k als het college, door Duders, ontbreekt.

door burgemeester en 3r den Commissaris der rordt genomen, hetwelk, jmeenteraad uitging, de idere macht behoefde, it evenzeer goedkeuring voering vatbaar te zijn. 1877, S. 161.) Zie ook 1886, C. V.

jreeniging of spbtsing trdt niet overgegaan

92

— Het college van burg. en weth. handelt, zoolang het werkzaam is binnen den formeelen kring zijner bevoegdheid flls orgaan óf van de gemeente, óf van de provincie, óf van het Rijk; hunne daden kunnen dus niet anders beschouwd worden dan als daden dezer rechtspersonen.

Om de leden persoonlijk aansprakelijk te stellen, zou men zich moeten beroepen op eene daad door hen persoonlijk en niet in hunne, qualitjit verricht. (Arrest van den Hoogen Raad van 12 Januari 1883, W. 4868.)

— De gemeente is niet* aansprakelijk voor handelingen gedaan door burg. en weth. ter uitvoering van voorschriften van een provinciaal reglement. (Arrest van den Hoogen Raad van 24 Juni 1881, W. 4672.) .

Zie over deze en verschillende daarmede samenhangende kwesties ook het geval, vermeld in een reeks artikelen, opgenomen in W. B. A. 3584 en vlg.

Art. 127. Wanneer Burgemeester en Wethouders niet of niet behoorlijk voor dé hun bij het vorig artikel opgedragen uitvoering zorgen, kan Onze Commissaris in de provincie ten koste der nalatigen, in die uitvoering voorzien.

Krachtens dit artikel heeft de Commissaris des Konings bevoegdheid tot aanbieding der begrooting aan den raad en later tot vaststelling er van. (Besluit van 2 Juli 1886, C. V.)

Bij dit besluit is tevens beslist, dat art. 127 niet alleen toepassing vindt als burg. en weth. nalatig zijn, maar ook als het college,. door ontstentenis van wethouders, ontbreekt.

— Wanneer hetzij door burgemeester en wethouders, hetzij door den Commissaris der Koningin een besluit wordt genomen, hetwelk, indien het van den gemeenteraad uitging, de goedkeuring eener andere macht behoefde, dan behojft dat besluit evenzeer goedkeuring om wettig en voor uitvoering vatbaer te zijn. (Besluit van 22 Juli 1877, S. 161.) Zie ook het besluit van 2 Juli 1886, O V.

Art. 128. Tot vereeniging of spbtsing van gemeenten wordt niet overgegaan