Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Art. 2

— 8 —

mige beleggingswaarden ten gevolge van deze oorzaken, niet door koersdaling van andere wordt opgewogen. Voor zulke vermogensof kapitaalvermeerderingen schijnt daarom geen afzonderlijke regeling noodig. Men verlieze trouwens niet uit het oog, dat voor het geval de koersstijging Nederlandsche waarden betreft (b.v. aandeelen in Nederlandsche scheepvaartmaatschappijen) en zij verband houdt met buitengewone winsten door hier te lande gevestigde lichamen behaald, van die winsten oorlogswinstbelasting door die lichamen moet worden betaald." (M. v. T.)

— Zie de aant. op art. 7.

— Lid 2. Blijkens het V. V. 2e Kamer werd door enkele leden aangedrongen op het overbrengen van den bewijslast van den belastingschuldige op de administratie. Door vele andere leden werd deze wensch bestreden. „Zij achtten bij zoodanige wijziging van art. 1 eene goede uitvoering van de wet onmogelijk. Den belastingplichtige worden de vereischte waarborgen gegeven, dat niet onder de belasting zal worden gebracht, hetgeen niet tot oorlogswinst kan worden gerekend; bewijs in juridischen zin wordt van hem niet verwacht; hij behoeft slechts aannemelijk te maken, dat de hoogere inkomsten geen gevolg zijn van den oorlogstoestand. Naar billijkheid zal worden geoordeeld. De gebezigde uitdrukking is ruim en laat meer vrijheid van beslissing dan wanneer voor „ „aannemelijk is gemaakt" " ware geschreven „ „blijkt" ". Men vroeg of de Regeering met deze opvatting van lid 2 instemt." De Regeering antwoordde hierop in de M. v. A. 2e Kamer: „Aan het betoog van vele leden ten gunste der verdeeling van den bewijslast, die in het artikel is neergelegd, heeft de ondergeteekende niets toe te voegen.

De uitdrukking „ „aannemelijk maken" " brengt, voor zooveel nog noodig, tot uiting, dat in belastingzaken (behoudens eene enkele uitzondering) eene volkomen vrije bewijstheorie wordt gehuldigd."

Art. 2. Belastingplichtig wegens vermeerdering van inkomen zijn :

1°. zij die binnen het Rijk wonen ;

Sluiten