Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

WET

van den 3den Augustus 1914, S. 351,

tot aanvulling der Onteigeningswet ter voorkoming van vasthouding en prijsopdrijving van waren.

Bijl Hand. 2° Kamer 1913/14, n°. 353, 1—3. Hand. id 1913/14, bladz. 2585, 2586. Hand. 1» Kamer 1913/14, bladz. 559, 565.

Wij WILHELMINA, bnz. ... doen te weten : Alzoo Wij in overweging genomen hebben, dat het in omstandigheden als de tegenwoordige noodzakelijk kan zijn bepaalde maatregelen te treffen ten einde vasthouding of prijsopdrijving van levensmiddelen, grondstoffen van levensmiddelen, huishoudelijke artikelen of brandstoften te voorkomen;

Zoo is het, dat Wij, den Raad van State, enz. Art. I. Na artikel 76 der Onteigeningswet van 28 Augustus 1851, Staatsblad n°. 125, worden -ingevoegd de hieronder volgende bepalingen :

Art. 76a. Wanneer door Ons is bekend gemaakt, dat oorlogsgevaar in den zin, waarin dat woord in 's Lands wetten wordt gebezigd, aanwezig is, of wel wanneer de krijg is ui tgeuroken, kunnen, na bijzondere of algemeene machtiging van Onzen Minister van Landbouw, Nijverheid en Handel, door of op last van de burgemeesters levensmiddelen, grondstoffen van levensmiddelen, huishoudelijke artikelen en brandstoffen, in de gemeente aanwezig, onmiddellijk en zonder eenige formaliteit worden in bezit genomen.

De op grond van het vorig lid in bezit genomen waren worden zonder verwijl, op de wijze door den burgemeester te bepalen, ter beschikking gesteld ten behoeve van de bevolking der gemeente of van aldaar bestaande bedrijven, tegen prijzen, die niet te boven gaan

Sluiten