is toegevoegd aan uw favorieten.

De Tabakswet

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BIJLAGE A. — Wet V. v. V. no. 1746.

113

worden ontworpen, immers zonder zich voldoende rekenschap te geven van de vèr gaande gevolgen,welke de totstandkoming daarvan zal hebben. Het wetsontwerp op het afgeven van zeebrieven is gebleken een mislukking te zijn. De jongste wijziging van de Zegelwet kwam tot stand na de uitdrukkelijke toezegging, dat er bij de invoering verschillende Kon. besluiten zouden afgekondigd worden, om sommige bepalingen nader te verduidelijken of te beperken. En nu is het gebleken, dat de onderhavige wet duizenden personen in hun bestaan zal treffen. Men was zich daarvan blijkbaar niet bewust, toen de wet werd ontworpen. Thans krijgen die personen wel uitstel, maar wat zal daarna geschieden?

Men wilde dezen Minister daarvan geen persoonlijk verwijt maken; maar het gaf een pijnlijken indruk, dat op deze wijze aan het Departement werd gewerkt.

Artikelen.

De opmerking werd gemaakt, dat artikel 23 der Tabakswet, de eischen aangevende, waaraan de lokalen, waarin het bedrijf wordt uitgeoefend, moeten voldoen, in de Arbeidswet behoorde te zijn opgenomen, en dat de controle omtrent de voldoening aan de voorschriften van dat artikel door de ambtenaren van de arbeidsinspectie uitgeoefend zoude moeten worden.

Men vroeg hoeveel vergunningen zijn aangevraagd: 1°. voor fabrieken ; 2°. voor winkels ? Hoevele fabrieken zullen niet kunnen voldoen aan de in art. 23 gestelde eischen om er het bedrijf te mogen uitoefenen ?

Gevraagd werd, of de 1200 inrichtingen binnen den thans gestelden termijn van drie jaren afdoende zullen zijn ingericht.

Er werd nog het denkbeeld geopperd, dat het Ruk, dat straks vele gebouwen vrij krijgt, die waarschijnlijk goedkoop verkocht zullen worden, deze liever voor de kleine fabrikanten en sigarenmakers zoude beschikbaar stellen.

Nog werd gevraagd, of het Rijk de gemeenten zoude bijstaan, wanneer deze in casu hulp verleenden. Voorl. V.

7. § 1. De ondergeteekende meent zich niet te moeten begeven in retrospectieve beschouwingen over de aangenomen en afgekondigde Tabakswet. Dit wetsvoorstel strekt niet om die wet te maken, maar om haar te herzien. In zoover dan ook de in deze paragraaf gemaakte opmerkingen eenige critiek op die wet inhouden, waardeert hij den daarin liggenden steun voor net onderhavige wetsvoorstel. Met name geldt dit de opmerkingen van die leden, die met zekere voldoening constateerden, dat „thans wel blijkt, dat de geuite bezwaren gegrond waren". Het is hem aangenaam hieruit te bespeuren, dat de feilen, die bij althans ten deele gepoogd heeft te ondervangen, ook door die leden als gegronde bezwaren tegen de ongewijzigde wet worden erkend.

§ 2. De opvatting, in deze paragraaf aan den ondergeteekende toegedacht, is niet de zijne.

In de Mem. van T. tot het onderhavige voorstel heeft hij geschreven: „Bij de verdediging van het wetsontwerp destijds in de Eerste Kamer is toezegging gedaan, de belanghebbenden, die op deze wijze op korten termijn uit hun bedrijf gestooten zouden worden, op een of andere wijze te zullen tegemoetkomen en de gelden daarvoor bij de StatenGeneraal te zullen aanvragen. Nu gebleken is, welk een groot aantal belanghebbenden het hier geldt, en welke groote sommen hiermede gemoeid zouden zijn, schijnt het meer economisch door een overgangsDe Tabakswet. 8