Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De groote Rondtoer.

Afstandstafel op blz. 70.

Men verlaat Amsterdam langs de Weesperzijde XX 1899 en 874 *) en volgt den Amsteloever tot aan den Omval en verder de Keulsche Vaart, die vóór den aanleg van het Merwedekanaal de verbinding van Amsterdam met den Rijn vormde. Aan onze linkerhand ligt de Watergraafsmeer, een der diepste polders van ons land, in de 18e eeuw vol buitenplaatsen, welke thans bijna alle gesloopt zijn. Kort voor Diemerbrug X 1779, bij de rails van de Gooische stoomtram, vinden wij de driehoek-plaatjes van den wandelweg Amsterdam—Arnhem. Deze volgen wij door het dorp X 283, de brug over en dan linksaf, langs de overzijde van de Keulsche vaart. Vóór de volgende brug is een tol, waar voor rijwielen 2\ cent moet worden betaald.

Verderop passeeren wij weer een brug over de ringsloot van de Bijlmermeer. Het water links, dat zich aanmerkelijk verbreedt, draagt hier den naam van Gaasp. We krijgen nu rechts de machinegebouwen van de Amsterdamsche Vecht-waterleiding en vervolgens het schilderachtige Gein X 932, waar de wandelweg Amsterdam—Arnhem rechts afslaat. Even verder passeeren wij het Merwedekanaal en kort daarop heeft men het bekende mooie kijkje op Weesp. (Zie „Ons Eigen Land", deel I, blz. 61.)

Weesp is een oud stadje met een mooi stadhuis, uit het jaar 1776, en een groote kerk, die in de 15e eeuw gebouwd is en een fraai koorhek bevat. Het onderste gedeelte van den toren is nog twee eeuwen ouder, de spits is er echter eerst in de 18e eeuw op geplaatst. Het gezicht op de Vecht in Z.O. richting is heel mooi, maar naar de andere zijde heeft het veel geleden door het vellen der boomen. Men gaat nu een ophaalbrug over, waar aan de overzijde \\ cent per rijwiel moet betaald worden. Vervolgens voert de weg door de vestingwerken over een tweede brug en dan rechtsaf X 879,

* Met het teeken I worden de Bondswegwijzers aangeduid.

Sluiten