is toegevoegd aan je favorieten.

Handboek der algemeene kerkgeschiedenis

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

294

§ 55- Kerkelijke schrijvers.

lius. Als bisschop van Nyssa had hij hevig met de Arianen te strijden. Toonde hij zich in de exegetische werken het meest vruchtbaar, het grootst is hij in zijn dogmatische geschriften (Oratio catechetica magna, Libri XII contra Eumonium). Zijn voorname kracht ligt in de philosophisch-theologische verdediging des geloofs').

Didymus de Blinde (f 3-95) is een der merkwaardigste mannen zijns tijds. Ofschoon van .zijn vierde jaar blind, kwam hij toch tot hooge geleerdheid en was gedurende meer dan een halve eeuw het hoofd der Alexandrijnsche school. Hij schreef exegetische en dogmatische werken. Het beste (De Spiritu Sancto) isdoor Hieronymus vertaald*).

Epiphanius (f 403), bisschop van Salamis, was een voor dien tijd zeer groot taalkenner. Zijn alom bekend hoofdwerk is het Panarium, gewoonlijk Haereses genoemd. De Ancoratus handelt over de H. Drievuldigheid. Toont hij zich in het eerste geschrift nog al lichtgeloovig, in het tweede dwaalt hij vaak van zijn onderwerp af3). Zeer vruchtbaar was Diodorus van Tarsus (f omstreeks 399), maar de meeste werken zijn alleen met name bekend. Bij zijn leven als orthodox geroemd, ontving hij later een treurige vermaardheid, omdat zijn geschriften het Nestorianisme begunstigden 4). Zijn leerling Theodorus van Mopsueste (f 428) ontwikkelde de leer des meesters en werd door de V algemeene synode (553) veroordeeld 5).

Joannes Chrysostomus (f 407), groot door zijn heiligheid en verheven karakter, dat geen menschenvrees kende, ontleende zijn roem bijzonder aan zijn ongeëvenaarde welsprekendheid. De meest bewonderde homilieën dagteekenen uit de jaren 386—397, toen hij te Antiochië predikte. Groot is Chrysostomus in zijn exegetische werken, die hij meestal voordroeg in den vorm der homilie. Genoemd kunnen nog worden de 21 homiliën De Statuis, De Sacerdotio libri VI. In het jaar 398 tot patriarch van Con-

'J Migne, P. G, Tom. 44—46. Ed. Ducaeus, Parisiis 1638, 3 fol. L. Meridier, Greg. de Nysse, Discours catéchétique, Paris 1908.

*) Migne, P. G, Tom. 39. Cf. Spicil. Solesm, I, 284. J. Leipoldt, Didymus der Blinde, Leipzig 1905. Tekste und> TJnters. XIV, 3. Gustave Bardy, Didyme 1'aveugle, Paris 1910.

*) Migne, P. G, Tom. 41—43. Ed. Petav., Parisiis 1622, 2 fol. Ed. Dindorf, 1859—1862. Ancoratus u. Panarion, Ed. Holl, Leipzig 1915.

*) Migne, P. G, Tom. 33. Funk, Abhandl. und TJnters, III, Paderborn 1907, S. 323—350'

') Migne, P. G, Tom. 66.