is toegevoegd aan uw favorieten.

Voor den dood

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

114

zijn vrouw en al zijn kinderen omgekomen bij een overstrooming te . Toulouse. Welnu, deze heer, die een leeraar scheen te zijn, verklaarde mij dat hij, enkele dagen na de ramp, in zijn droom de plek had gezien, waar het lijk van een zijner kinderen lag en dat, toen hij het den volgenden dag ging zoeken, hij het precies op die plaats vond. Ik kan onmogelijk veronderstellen, dat die brave, buitengewone ontwikkelde man van omstreeks vijftig jaar mij met tranen in de oogen een fabeltje zou hebben opgedischt". (Brief-nr. 1013).

Ziehier een heel opmerkelijk voorbeeld van in den droom op afstand zien van een heel bijzonder voorval. Ik ontleen het aan het boek Phantasms of the Living, dl. I, bl. 338 en aan de Fransche vertaling ervan Les Hallucinations télépathiques, bl. 107. De heer Warburton, kanunnik te Winchester, schreef 16 Juli 1883:

„Ik was uit Oxford vertrokken om een paar dagen door te brengen bij mijn broer, Acton Warburton, die toen advocaat was. Toen ik bij hem aan huis kwam, vond ik op de tafel een briefje, waarin hij zich verontschuldigde, niet thuis te zijn en mij mededeelde, dat hij naar een bal was ergens in het West End en van plan was, even over éenen naar huis te komen. In plaats van naar bed te gaan, bleef ik in een leunstoel wat dommelen. Precies om 1 uur werd ik plotseling wakker en riep uit: „Bij Jupiterl hij is gevallen!" Ik zag mijn broer uit een salon op een schitterend verlicht portaal gaan, met zijn voet bekneld raken in de eerste trede van de trap en met zijn hoofd voorover vallen, terwijl hij met zijn ellebogen en handen den val zocht te breken. Ik had het huis, waarin dit geschiedde, nooit gezien en wist niet waar het stond. Het ongeval bekommerde mij niet zoo heel veel, dus sliep ik weer in. Een half uur later werd ik wakker door het plotseling binnenkomen van mijn broeder, die uitriep: „Zoo, ben je daar? Ik heb bijna mijn nek gebroken. Toen ik de zaal uitkwam, bleef ik met mijn voet ergens achter haken en ik ben languit de trap afgevallen".

Zoo verhaalde de kanunmik, die tegelijkertijd verzekerde dat hij nooit hullucinaties gehad had.

Mijns inziens hebben we hier te doen, niet met een eigenlijk gezegde telepathische uitzending door den broeder van den verteller (ofschoon het mogelijk is dat die plotseling heel sterk aan hem gedacht heeft), maar veeleer met een zien zonder behulp der oogen, veroorzaakt door dezen telepathischen schok, temeer daar de eerwaarde heer Warburton bevestigt dat hij een schitterend verlicht portaal heeft gezien, met een klok en gereedstaande tafels met ververschingen, wat met de werkelijkheid overeen kwam.

Ik heb een geval, dat veel overeenkomstigs heeft met dit (het ging eveneens over een val op een trap) gepubliceerd in L'Inconnu (XXXI, bl. 479) en nog een ander eveneens van denzelfden aard (XLVI, bl. 432).

Wij zullen dat curieuze feit van zien zonder de oogen in het volgend