is toegevoegd aan uw favorieten.

De loods en zijn vrouw

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

9i

Mevrouw Beek ontwaakte en schrok hevig toen zij daar Elizabeth geheel gekleed en blijkbaar reisvaardig voor zich zag staan.

„Mevrouw Beek!" sprak Elizabeth zacht, „Ik wenschte u iets toe te vertrouwen en u om raad en hulp te vragen. Uw stiefzoon heeft me gevraagd of ik zijn vrouw wilde worden. Het was den vorigen Zondag — ik heb er op geantwoord „ja," maar nu wil ik niet meer. En nu wilde ik hier van daan, naar mijn tante, of liefst nog verder weg, als u me daartoe kunt helpen. Want ik ben bang dat hij me anders achterna zal gaan." i. ||| j

Mevrouw Beek wist van verbazing met hoe ze het had. Aanvankelijk nam ze een strenge en wantrouwende houding aan, doch weldra begrijpende dat hetgeen Elizabeth haar daar mededeelde de waarheid moest zijn, ging ze onwillekeurig rechter in bed opzitten.

„Maar — waarom kom je er juist nu, midden in den nacht mee aan?1" vroeg ze eindelijk, achterdochtig en onderzoekend; zij vertrouwde de zaak toch nog niet geheel.

„Omdat hij er vandaag zijn vader over geschreven heeft en morgen wilde hij het u en de anderen meededen."

„Zoo — heeft hij al geschreven!"

„Daarom was het dat hij je hier in huis opgenomen wenschte!" vervolgde ze na een pauze.

Doch nu trof het haar dat er in Elizabeths handelwijze toch iets edels schuilde. Zij keek haar vriendelijker aan en zei: „Ja, je hebt gelijk — het beste is dat je hier vandaan gaat — naar een plaats waar hij je niet gemakkelijk bereiken kan."