is toegevoegd aan uw favorieten.

Zekerheid

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

HET „LIBERALE" BEELD VAN JEZUS

79

teekend. Natuurlijk was het in den tijd van Paulus noodig het EvangeÜe, zooals het door de eerste gemeente was verkondigd, voor de heidenwereld te interpreteeren. Het eenvoudige evangelische verhaal kwam niet meer voldoende tegemoet aan de behoeften van een cosmopolitische christelijke gemeenschap. Men begon naar het waarom? en het hoe? te vragen. „The primitive Gospel tradition was admirably adapted to meet the needs of local communities in Judaea, but St. Paul was face to face with the Graeco-Roman world." Maar van een „kloof" tusschen de rjaulinische prediking en die der eerste gemeente is geen sprake. Wanneer wij de rede van Petrus op den Pinksterdag lezen, dan blijkt dat de „twaalven" precies op denzelfden grond als Paulus stonden in hun opvatting van den persoon van Christus. Er kwam later wel strijd in de eerste gemeente omtrent de vraag, hoe men met de heidenen aanmoest, die tot de christelijke gemeente toetraden, of men ze niet moest noodzaken zich te laten besnijden en in alles de joodsche wet te onderhouden, en op het eerste apostelconvent te Jeruzalem, waar we in Hand. 15 van lezen, wordt deze vraag behandeld, maar van verschil in opvatting omtrent den persoon van Jezus büjkt niets. En wanneer Paulus aan gemeenten schrijft, die niet door hem zijn gesticht, behoeft bij nergens in zijn brieven te strijden voor een hem eigen opvatting van Jezus' persoon, maar veronderstelt hij overal dezelfde overtuiging, als hij zelf heeft.

De stelling in den laatsten tijd door vele liberale theologen verdedigd, dat de benaming „Heer", aan Jezus gegeven, eerst op griekschen bodem is ontstaan, toen het jeruzalemsche christendom onder den invloed van het Hellenisme geheel van karakter was veranderd en van ethischen godsdienst grieksch-oostersche mysteriëndienst was geworden, deze stelling is dan ook niet te handhaven. Reeds dat ééne woord uit de rede van Petrus op den pinksterdag. Hand. 2:36, waarvan men te vergeefs de onechtheid heeft pogen aan te toonen, bewijst de onhoudbaarheid daarvan. Het is niette loochenen, dat in de oudste geschriften over Jezus, in Matthaeus