is toegevoegd aan uw favorieten.

Gemma Galgani

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

— 116 —

treffende een der goddelijke eigenschappen, somtijds een bruidslied tot haar goddelijken Bruidegom en een ander maal een vurig en teeder beroep ten behoeve van een of anderen armen zondaar. Haar gewone onderwerp echter was het lijden van Christus en haar eigen verlangen, aan haar gekruisten Verlosser gelijk te zijn. Als dit het geval was, stortte zij zich uit in woorden van liefde als:

„Wie heeft U, o Jezus, geslagen? De liefde. Ach! die nagels, dat kruis, dat bloed, 't is alles het werk Uwer liefde. O Jezus! kan het zijn, dat ik ooit een slachtoffer der liefde word om Uwentwil? Geef, o Heer Jezus, dat wanneer mijn lippen de Uwe naderen om U te kussen, dat ik de gal mag proeven, die Gij gesmaakt hebt. Als mijn schouder op den Uwen steunt, laat mij Uw geeselslagen voelen. Als Gij mij met Uw vleesch voedt in de H. Eucharistie, laat mij dan Uw lijden gevoelen. En als mijn hoofd het Uwe nadert, laat mij dan de doornen voelen. O wat zal ik U wedergeven voor alles wat Gij mij geschonken hebt, voor al Uw liefde tot mij? Wat kondet Gij verwachten van een zoo onwaardig schepsel? Ik wil U teruggeven al wat Gij mij gegeven hebt."

In onzen gewonen toestand zijn onze lichamen evenals alle voorwerpen onderworpen aan de wet der zwaartekracht; in de levens van bijzondere vrienden Gods zijn er echter oogenblikken geweest, waarin hun lichamen deelachtig werden aan de lichtheid van verheerlijkte lichamen.