is toegevoegd aan uw favorieten.

Dramatische werken

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE JONGGEHUWDEN.

63

Laura (ziet op). Wie van hen gaat het niet goed!

Mathilde. Wie denk je?

Laura (naait weer). Haar zeker; — want zij is al ongelukkig.

Mathilde. Je raadt het goed. Zij wordt verliefd.

Laura (verbaasd). Wordt ze verliefd?

Mathilde. Ja. Er komt een tijd voor iedere vrouw, dat de liefde in haar wakker wordt. En omdat ze haar man niet kan liefhebben, heeft ze — als haar tijd komt — een ander hef.

Laura (verschrikt). Een ander?

Mathilde. Ja. (Pauze).

Laura. Dat is afschuwelijk! (naait, leunt dan met den arm op tafel, naait weer). Hoe gaat het dan met hem?

Mathilde. Hij wordt ziek, heel ziek. — Dan is er iemand, die hem vindt en troost — een vrouw.

Laura, (ziet op). Wat beteekent dat?

Mathilde. Zijn ziel is als een leege plaats; daar hangt een eigenaardige atmosfeer van weemoed en verlangen. Langzamerhand is zij — die hem troosten wil — daarin getreden en dan komt de dag, dat hij zegt, dat hij gelukkig is. (Pauze)i

Laura (zacht). Wie is zij.

Mathilde. Een van die opofferende naturen, die genoeg kan hebben aan de kruimkens, die vallen van de tafel der liefde.

Laura (na een pauze, waarin ze Mathilde doordringend heeft aangezien). Zou jij dat kunnen ?