is toegevoegd aan uw favorieten.

Beknopte encyclopædie van Nederlandsch-Indië

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

80

BORNEO.

tingaan, schuin op de strekking van het gebergte. Weldra gaat zij over in het Boengan-bergland, dat beneden de monding van de Kërijau spoedig ager wordt en terzijde wijkt. Door de BovenKapoeasvlakte stroomt de rivier nu in hoofdzakelijk westelijke richting. Bij Sëmitau breekt zij door het heuvelland en wendt zich opnieuw naar het Zuidwesten, doorstroomt tot Sintang een terrein, waar de heuvels nu eens aan de rivier treden, dan weer ver er af blijven, herkrijgt bn laatstgenoemde plaats haar westelijke hoofdrichting en stroomt door een bergachtig land tot bij Tajan, waar de kustvlakte begint. Spoedig daarop vangt de splitsing in delta-armen aan.

Het stroomgebied van de Kapoeas heeft een oppervlakte van ± 102.000 K.M.* (iets grooter dan dat van de Rhöne); de stroomdraadlengte bedraagt 1143 K.M. (iets minder dan die van den Rijn). De breedte der rivier is reeds te Poetoes Sibau 208 M. en neemt (hoewel natuurlijk onregelmatigheden vörtoonend) geleidelijk toe tot 1600 M. bij Tajan. In den Noordwesthoek der Boven-Kapoeasvlakte ligt een aantal groote meren, danau's genoemd, die onderling en met de Kapoeas door tal van kanalen in verbinding staan; de voornaamste zijn D. Loewar, D. Sin- \ taroem en D. Sérijang; in den natten tijd treden zij ver buiten hun oevers; de Boven-Kapoeasvlakte is dan (ook hoogerop) wijd en zijd overstroomd en bij de eerste ontdekking werd dan ook het heele merengebied voor één groot watervlak gehouden.

De oevers van de Kapoeas zgn uiterst eentonig, wat trouwens van alle rivieren op Borneo geldt; sleohts hier en daar wordt het woud, waarboven eilandsgewijs de heuveltoppen uitsteken, door een kleine nederzetting onderbroken.

De voornaamste zijrivieren van de Kapoeas zgn: de Boengan, de Mëndalam, de Sibau; waar deze laatste in de Kapoeas valt ligt Poetoes Sibau, hestuurscentrum in Oentraal-Borneo, standpl. v. e. controleur; de Mandai, de Ëraoaloeh, de Boenoet (aan haar monding het gelijkn. plaatsje, een vrg belangrijk handelscentrum); de Kitoengau, tot dicht aan haar bron bevaarbaar, en dus den natuurlijken verkeersweg vormende van Sintang naar Sera wak; de Milawi, de grootste zijrivier met een lengte van ± 600 K.M. tot Nangah Pinoh met een stöombarkas bevaarbaar; aan haar monding de vrg aanzienlijke plaats Sintang, standpl. van een ass.-res., een garnizoen en een welvarende Chin. bevolking, hoofdpl. van het gelijkn. zelfbesturend landschap; de Sêkadau, de Sikajamen de Tajan, de 1ste en 3de met de gelijkn. hoofdplaatsen der gelijkn. zelf best. landschappen.

De Delta der Kapoeas heeft een oppervlakte van 8000 K.M.', grootendeels drassig woud, dat slechts op enkele plaatsen (o.a. bg Koeala Kakap) door het graven van slooten is drooggelegd en dan een zeer goed terrein voor klapperaanplantingen blijkt te zijn.

De voornaamste zijarmen in de delta zgn: de Méndawak (later Lida), de Kapoeas Këtjil, de Poengoer Bisar (naam van den hoofdstroom na Soeka Lanting) met haar zijarm de Koeboe. De Kapoeas Këtjil neemt bg Pontianak de Landak 4>p; haar zijrivier is de Mandor.

C. Ten Zuiden van de Kapoeas vindt men veel aanzienlijker rivieren dan ten Noorden ervan, waar alleen de Sambas grootere afmetingen be¬

reikt; bg de meeste is echter de geschiktheid voor de scheepvaart gering; de voornaamste zgn: De Simpang, met het plaatsje van dien naam, hoofdplaats van het gelijkn. landschap, de Pawan met Kitapang aan de monding, hoogerop Moeara Kajoeng, de hoofdplaats van het landschap Matan.

D. De rivieren van de Zuidkust vertoonen onderling een groote mate van overeenkomst. Zg ontspringen op het Sohwanergebergte of zgn Zuidelgke voorbergen; de stroomgebieden zgn smal. Op een korten, woeligen bovenloop tusschen bergachtige oevers, volgt een veel langer gedeelte, waar de rivier door lage vlakke streken stroomt en vrg is van eilanden; daarbij sluit zioh dat deel der rivier aan, waarin eb en vloed hun invloed doen gevoelen en dat weer rijk is aan eilanden, hier bestaande uit slib.

Genoemd kunnen worden: de Djêlai, de Rivier van Kota Waringin, de Aroet, de Pimboeang, de Sampit of Mêntaja, de Katingan, de Kahajan met de vestiging Koeala Koeroen, standplaats van een controleur; de Boven-Kahajan is in den laatsten tgd voor de Rijnsche Zending een der vruchtbaarste arbeidsvelden geweest; de voornaamste zijrivier der Kahajan is de Roengan. De Antasan, een deels natuurlijke, deels gegraven sloot verbindt bg Poelang Pisau de Kahajan met de eveneens belangrijke Kapoeas Moeroeng, die in de PoeloepUak een natuurlijke, in het Meierkanaal een kunstmatige verbinding heeft met de Barito (zie beneden). Aan de monding der Poeloepëtak ligt de goedbevolkte, tamelijk belangrijke plaats Koeala Kapoeas, standpl. van een ass. resident.

E. De Barito, of zooals zg met haar Dajakschen naam in den bovenloop genoemd wordt, de Moeroeng ontspringt Noordelijk van de gebergten, die het Sohwanergebergte naar het Oosten voortzetten, niet ver van Long Dëho aan de Mahakam. Na een onstuimigen bovenloop volgt een kalmer gedeelte, tot bg het doorbreken van het Zuidelijk bergland een reeks stroomversnellingen (riam's) gevormd worden; in den loop door het op het gebergte volgende heuvelland worden enkele moerassen gevormd; beneden Moeara Téwé wordt het moerasachtig karakter der oevers overwegend, evenals de vorming van anlasan's (kortere vaargeulen, na overstrooming gevormd) en danau's (meertjes), zoodat in den natten moesson ± 1/t van het geheele stroomgebied onder water staat; schepen van 7>/i voet diepgang kunnen in den W. moesson tot Moeara Téwé komen. Voorname zijrivieren komen alleen op den linkeroever voor; wij noemen; de Djoeloi, de Laoeng, de Téwé, de Montalat, de Ajoeh; de Mëngkatip is een zijarm. De belangrijkste zijrivier is de Nëgara, welker stroomgebied het beBt bevolkte en welvarendste deel van Nederl. Borneo vormt (voornaamste plaatsen: Marabahan, Kandangan, Margasari, Nigara en Barabai); daarna volgt de Martapoera, met de gelijkn. plaats, zetel van den diamanthandel en centrum van de vruchtenoultuur voor de markt van Bandjirmasin (zie Kust). Van de plaatsen aan de Barito moeten nog vermeld worden: Poeroek Tjahoe en Moeara Téwé (zetel van een ass. res.sident).

F. Aan de Zuidoostkust vindt men sleohts kleine rivieren, daar de nabijheid van het Mëratoes-gebergte voor de ontwikkeling van eenigs-