is toegevoegd aan uw favorieten.

Godsdienstwetenschap

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

FAKIR—FALLUSDIENST.

81

zin aan; verboden voor alle buitenstanders. Daardoor kreeg de naam E. de beteekenis van geoorloofd, toegankelijk voor iedereen, en esoterisch dien van: verborgen, alleen bestemd voor de ingewijden. Later werden de namen E. en esoterisch toegepast op al die religieuze gebruiken en leeringen, waar geheime riten, gebruiken, formules theorieën enz. aan de algemeene bekendheid werden onttrokken (mysteriën G), of waar een goddelijke leer voor de ingewijden in anderen vorm werd voorgedragen dan voor niet-ingewijden.

Fakir (Arab. fakir = arm), is de naam voor een bepaald soort Derwisjen G in Indië, die hun Mohammedaansch geloof paren aan Indische Yoga-praktijken en door hun magische kunststukken de verbazing der toeschouwers wekken.

De F-praktijken zijn herhaaldelijk, o.a. door de Society for psychical research, wetenschappelijk onderzocht, maar nooit als „echt" gekonstateerd. Ze schijnen grootendeels op handigheid en hypnose te berusten. Het oordeel van Trithemius schijnt juist te zijn: plus mirandi sunt talia admirantes quam facientes.

Litt.: A. Jacoby, Zum Zerstückelungs- und Wiederbelebungswunder der indischen Fakire, in AW, 1914, 455 ff.; R. Schmidt, Fakire und Fakirismus, 1908.

Fallusdienst. De zeer verbreide F. behoort tot die voorstellingsgroep waarvan de „hieros gamos" de kosmische uitdrukking is. Zie: kosmogonie G. De Hemel-Vader wordt gedacht met de Aarde-Mdeder alle leven op aarde te hebben voortgebracht zoowel animaal als vegetaal. En alle levenwekking, landbouw zoowel als kinderen verwekken, heeft naar dit kosmisch verbeeld plaats, en bestaat uit gelijksoortige handelingen. De aarde is de vruchtbare moeder, de door den ploeg ingesneden voor is haar membrum genitale, de ploegschaar is de fallus, voor zaaikoren en mannelijk zaad hebben de meeste talen hetzelfde woord. De fallus is dus het symbool der vruchtbaarheid, dat als zoodanig onder verschillenden naam (fallus, lingam, Priapus, e.a.) wordt vereerd, en een rol speelt bij de vegetatie-riten der meeste oude volken. (Egypte, Voor-Azië, Kreta, Griekenland. Rome, e. a.).

Zaaien en oogsten waren bij alle oude volken religieus-magische plechtigheden, die gepaard gingen met allerlei ceremoniëel waarbij de vruchtbaarheid werd verhoogd door b.v. falli van klei of een andere stof in de versche voren te werpen, of ook door op het pas geploegde land coïtus te bedrijven, of door bij de vegetatieve processies en mysteriën G reuzenfalli rond te dragen, of door grenssteenen op te stellen in fallusvorm, en op tal van andere wijzen. De voornaamste vormen waaronder fallische riten optreden, kan men tot een der beide groepen brengen: mimische of werkelijke coïtus, en de manipulaties met geïmiteerde falli. Voorzoover vegetatie-goden daarbij een rol spelen, worden deze gaarne ithyfalllsch (met forschen opstaanden fallus) voorgesteld. Zoo Osiris, Min, Priapus, de Titanen, de Daktyloi, Orthanes, Tychon e. a). Velen houden de opgerichte steenen als masseben, (zie: opgericht teeken O) en aèjeren O voor godenfalli. Behalve bij de voor- en najaarsfeesten (zaai- en oogstfeesten) ten

Obbink, Godsdienstwetenschap. 6