is toegevoegd aan je favorieten.

Meijer Nederlandsche staatswetten : met verwijzing naar overeenkomstige en toepasselijke bepalingen

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

257 ö WET TOT WIJZIGING VAN DE LAGER-ONDERWIJSWET 19ZU.

artikel is geregeld, bij algemeenen maartegel van bestuur vastgesteld, den Onderwijsraad gehoord.

b. voor de akte, bedoeld in artikel 77, onder 6, der wet van 1878:

I. Behoudens invoering van eene regeling overeenkomstig die, bedoeld onder a I, wordt het examen afgelegd voor een of meer' commissiën, welke daartoe eenmaal 's jaars zitting houden.

II. Om tot het examen te worden toegelaten wordt vereischt| 1°. het bezit der akte, bedoeld in art. 77, onder a, der wet van]

1878;

2°. een bewijs als bedoeld in artikel 82 eerste hd onder 6, dier wet, waarop de laatste zinsnede van dat hd van toepassing is;

3°. het bewijs, dat de voor het afleggen van het examen ver-I schuldigde som is betaald.

IJl. Verder is het hiervoor onder all, tweede en derde hd, IV en V bepaalde van toepassing.

c. voor de akten, bedoeld in artikel 77, onder c, der wet van 1878:

A. voor eene akte, welke de bevoegdheid verleent tot het geven van huis- en schoolonderwijs in een of meer der vakken, vermeld) in artikel 2, onder l, m, n, p, s en «, der wet van 1878:

I. Het examen wordt afgelegd voor eene commissie, welke] belast is met het afnemen van akte-examens krachtens de wet! tot regeling van het middelbaar onderwijs.

II. Om tot het examen te worden toegelaten wordt vereischjfl 1°. het bezit der akte, bedoeld in artikel 77, onder a, der wen

van 1878;

2°. het bewijs, dat de voor het afleggen van het examen ver-I schuldigde som is betaald.

in. Verder is het hiervoor onder a V bepaalde van toepassing.

B. voor eene akte, welke de bevoegdheid verleent tot het gevend Van huis- en schoolonderwijs in een of meer der vakken, vermeld! in artikel 2, onder j, k, q, r bis en t, der wet van 1878:

I. Het examen wordt afgelegd voor commissiën, welke daartoe] van tijd tot tijd zitting houden.

II. Deze commissiën worden benoemd door Onzen Minister, die tevens den tijd wanneer en de plaatsen waar zij zitting houden) aanwijst.

Hl. Om tot het examen te worden toegelaten wordt vereischt:)

1°. voor zoover betreft het examen in de vakken j, k, q en t een door Ons te bepalen leeftijd;

2°. voor zoover betreft het examen in de vakken r en r bis het] bezit der akte, bedoeld in artikel 77, onder a, der wet van 1878;

3°. het bewijs, dat de voor het afleggen van het examen ver-i schuldigde som is betaald.

IV. Verder is het hiervoor onder a H, derde hd, en V bepaalde van toepassing.

(N. B. Art. 211 is vervallen).

Artikel 212 wordt gelezen als volgt:

SIS. 1. Binnen den in artikel 210 genoemden termfln wordt! overgegaan tot hervorming van de overeenkomstig de wet van