is toegevoegd aan je favorieten.

Verhandeling van den H. Cyprianus over de rampen van zijn tijd

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

5

De priester Caecilius, wiens naam hij uit piëteit aan den zijnen toevoegde, onderwees hem in de waarheden des geloofs. De ijver van den ernstigen leerling was bewonderingswaardig. Nog vóór het doopsel legde hij gelofte van zuiverheid af. Alleen een zuiver hart kan voor de waarheid openstaan. Ook schonk hij toen reeds zijn vermogen grootendeels weg aan de armen. „Daarmede bereikte hij, merkt de H. Pontius op, een dubbel goed. Hij terachtte de wereldsche ijdelheid, die allergevaarlijkst is, en oefende barmhartigheid, die bij God zelfs boven offers gaat."

Na de opname in de Kerk legde hij zich vooral op de studie toe van het Oude en Nieuwe Testament, en verwierf in de H. Schrift eene groote belezenheid, zooals uit alle zijne werken blijkt.

Spoedig daarop ontving de jeugdige neophiet de H. Priesterwijding en verwierf zich om zijne verheven deugden zoo hoog aanzien, dat hij voor den drang van het volk moest zwichten en zich de keuze tot bisschop van Carthago laten welgevallen. „Van zijne deugden, aldus de H. Pontius, behoef ik niets anders te zeggen, dan dat hij, pas bekeerd, door Gods beschikking en de gunst van het volk tot het ambt van priester en bisschop werd uitverkoren. En die keuze was hij dubbel waardig. Hoe vroom, hoe krachtig, hoe medelijdend, hoe waakzaam! De heiligheid straalde zóó van zijn gelaat, dat men onwillekeurig de oogen neersloeg. Zijn blik was ernstig en vriendelijk. Geen stroeve hardheid, noch weekelijke zachtheid, maar iets tusschen beide, zoodat men niet wist of hij eerbied afdwong dan wel liefde won, of liever hij eischte beide op. Zijn geheele voorkomen stemde overeen met zijn gelaat. Daar was geen pronk van wereldschen trots, maar ook geen vertoon van gemaakte armoedigheid. En wat deed