Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

462

en Dirk fijn werk, en zij deden het wondervlug. Ook kocht Frans nog züverkonijnen aan de stoep en nieuw carolina-eendenbroed, in gele kortmanden, dat hij alleen kwijt kon voor een volière.

Manus verveelde zich geen oogenblik. Het was één en al bedrijvigheid en gezelligheid in de Jordaanbuurt en Frans* toevlucht. Zelfs aan het hondengeblaf raakte Peet gewend.

II

Handel en wandel van Frans Leerlap.

Twee dagen later, nu in den middag, zat Manus weer knus in het Goudsbloemdwarsstraat-asyl. Bromtolletje was van school ingestormd en rende, zoodra hij Manus zag, op hem af, met een dood slaapmuisje aan het staartje, tusschen de morsige vingers bengelend.

— Aume ... Aume!

Er volgde geen „Bochel" op zijn bhjdschapskreet. Bromtol vertelde met opwmcling, dat hij gisteren een heelen bak met vetten aal op de Lindegracht had uitgeveild.

— Soo'n tiet had ik, aume!

Naast hem stinge twee groote kerels, mit „nuwe, neturelek ouwe" uit de pekel, voor jonge veuls te groot mit gele koppe! Maar hij was het eerst leeg, omdat hij zoo een lawaai dorst maken. Wanneer de venters schreeuwden, zweeg hij, maar als Zij zwegen, barstte Bromtolletje los. Zoo had Bromtol in een oogenblik van stilte, plotseling een hachehjk kabaal geschopt, Zóó erg, dat de halve Lindegracht er bij te pas kwam.

— Me been... me been is d'r of!... had hij gegild... Help, help minse ... help!

Zijn huiljammering klonk rauw over de Lindegracht. Vrouwen waren in schrik bhjven staan of naar hem toegehold. In ontstelling zagen zij het jochie door pijnkramp saamgewrongen. Een ongeluk, dachten zij allen meewarig. Maar toen inéén, begon Het: buide! met geld; eigenlijk goedgevulde portefeuille.

Sluiten