Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

460

de gebiedsgrenzen der erfelijkheidsleer

studie vooral in de richting van physiologische eigenschappen recht heeft, is voor haar in veel opzichten een levenskwestie; naast de erfelijkheidsleer als strenge wetenschap, behoort te staan een reeks verwanten, haar toepassingen in het practische leven. En door de zeer centraal gelegen positie, die zij inneemt, raakt ze aan een groot aantal onderdeden van menschelijke werkzaamheid; zij is in nauw contact met den landbouw, met den tuinbouw, met de veeteelt, met de geneeskunde, zelfs met de rechtswetenschap en de sociologie,.

Het is niet mijn bedoeling, hier nader op deze betrekkingen tusschen de erfelijkheidsleer en andere werkgebieden in te

gaan; slechts één treffend voorbeeld van diensten, door erfelijkheidsonderzoek aan het practische leven bewezen, moge ten slotte aan een desbetreffende mededeeling vanMoHR (1921) ontleend worden.

Fig. 127. Links normale hand, In een proces aangaande het onderrechts sterk brachydactyle zoek naar het vaderschap, bleek

hand. Röntgenopnamen , ...... , ,. .

(naar Drinkwater, 1908.) het kmd blj geneeskundig onderzoek eigenaardige afwijkingen aan handen en voeten te vertoonen. Die afwijking, bekend als brachyphalangie of brachydactylie (fig. 127) uit zich in de lengte der vingers en teenen; is het verschijnsel zwak, dan is alleen het tweede vingerkootje der drie, welke in alle vingers behalve den duim aanwezig zijn, eenigszins verkort; in sterkere gevallen wordt dit vingerkootje hoe langer hoe meer gereduceerd om ten slotte geheel te verdwijnen. Brachyphalangie is door een aantal onderzoekingen o. a. door Drinkwater (1908) en door Mohr en Wriedt in 1919 gevonden als een dominant-erfelijke afwijking van het normale. D. w. z. ieder individu, dat brachydactyl is, erft deze eigenschap van een zijner ouders, bij wie de eigenschap ook

Sluiten