Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

130

Bevordering.

Art. 19. 1. Moet het aantal arbeiders eener categorie aanvulling of uitbreiding ondergaan, dan zal hierin bij voorkeur worden voorzien door bevordering van arbeiders eener lagere categorie, die reeds bij dezelfde mijn werkzaam zijn en aan de gestelde vereischten voldoen.

'2. Bij gelijke geschiktheid komen de arbeiders meft de meeste dienstjaren het eerst voor bevordering in aanmerking.

Verlof.

Art. 89. 1. Arbeiders, die op den lsten Januari ten minste een jaar onafgebroken bij denzelfden werkgever in dienst zijn, hebben recht op een jaarlijksch verlof van twee dagen, hetwelk voor elk verder dienstjaar met één dag stijgt, tot een maximum van acht dagen.

2. Over de verlofdagen ontvangen de in accoord werkende ondergrondsche arbeiders het in artikel 3 bedoelde gemiddelde loon en alle overige arbeiders het voor hen bepaalde tijdloon.

3. Bij de bepaling van den diensttijd wordt alleen rekening gehouden met volle kalenderjaren. Het jaar van indiensttreding wordt als een vol jaar beschouwd, indien deze vóór 1 Juli heeft plaats gehad.

4. Indien een arbeider in het vorige kalenderjaar meer dan twee diensten wülekeurig heeft verzuimd, wordt voor eiken dag daarboven het aantal verlofdagen met één gekort.

5. Voor zoover het bedrijf het toelaat, wordt het verlof verleend op door den arbeider te kiezen dagen.

6. Verlof met genot van de in hd 2 bedoelde uitkeering kan voorts door den bedrijfsleider voor een korten, door hein naar omstandigheden te bepalen tijd worden verleend:

a. in zeer bijzondere omstandigheden. Hieronder zijn begrepen de bevalling van de echtgenoote van den arbeider, zoomede het overhjden en de begrafenis van een zijner huisgenooten of van een zijner bloed- en aanverwanten in de rechte hjn onbepaald en in den tweeden graad der zijlijn; •

6. voor de vervulling van den wettelijken stemplicht in de gemeente, waar de mijn gelegen is.

Sluiten